25 jaar De Scheg

Vier ons 25-jarig jubileum het hele jaar mee! De Scheg is 25 jaar een begrip in Deventer en dat vieren wij groots met een terugblik in de tijd, mooie kortingen en bijzondere evenementen. Houd deze pagina en onze Facebook goed in de gaten.

Interview met

Jolanda Grotenhuis

Jolanda Grotenhuis is al 27 jaar werkzaam bij Sportbedrijf Deventer. Lees het interview met de medewerkster financiële administratie, voorheen een bekend gezicht bij de receptie.

Bekijk video

“We zagen eruit als een stewardess”

Ze was jarenlang het gezicht van de receptie van de IJsbaan en het Borgelerbad, verkleedde zich als Zwarte Piet en ijsbeer en staat nog steeds vooraan als er handjes nodig zijn bij feesten en evenementen. Voor Jolanda Grotenhuis is De Scheg na 25 jaar “een stuk van mijn leven”.

“Is Jootje er ook?” informeert een tachtiger wel eens als hij binnenkomt. Sommige bezoekers maken nog steeds graag een praatje met Jolanda Grotenhuis alias Jootje. Ook al is ze inmiddels weg bij de receptie en werkt ze op de financiële afdeling. “Er was indertijd meer contact met de klanten”, vertelt ze. “Af en toe had ik het gevoel dat ik maatschappelijk werker was. Nu is daar geen tijd meer voor. Die binding mis ik wel.”

Tikkertje
Er is meer veranderd sinds Jolanda 27 jaar geleden begon, destijds in de schoonmaak, bij ‘het oude overdekte. “Daar was een barretje waar je voor de senioren na het zwemmen een kopje thee inschonk en er een biscuitje bij serveerde. Dan konden ze nog even gezellig napraten. En niks was digitaal toen, rekenen deed je uit je hoofd, dat vergeet je wel eens. Kaartjes werden vanaf de rol verkocht, en het bezoekersaantal werd bijgehouden met een tikkertje. Als het druk was zat ik bij het Borgelerbad op een emmer als krukje om kaartjes te verkopen, haha!”

Kerstversiering
Toen De Scheg opende, verhuisde ze mee. Daar, in het nieuwe complex, solliciteerde ze met succes naar de functie van receptioniste. Ze pakt glimlachend een pakje oude foto’s uit de eerste jaren van De Scheg. Een kiekje van haar en haar collega’s, in keurige bedrijfskleding, een sjaaltje om de hals. “We zagen eruit als een stewardess.” In de winter maakten ze het met z’n allen gezellig. Samen met collega’s verzorgde Jolanda de sinterklaas- en kerstversiering in de hal van het van het zwembad. “We stonden achter een kraampje op de ijsbaan chocolademelk uit te delen” Op de volgende foto staat een grote ijsbeer. “Dat ben ik”, lacht ze. “Maar dat doe ik dus nooit meer!”

Handen uit de mouwen
Toch bewaart ze aan de beginjaren van De Scheg warme herinneringen. Samen met collega’s ontplooide ze veel activiteiten. “We hielpen vrijwillig mee bij grote evenementen.” Nog steeds steekt ze graag haar handen uit de mouwen, zoals voor de inmiddels bekende Pool Party en Darttoernooi van De Scheg. “Dat vind ik super, met al die jonge mensen en een leuke sfeer.”

Busongeluk
Bij haar herinneringen over De Scheg hoort helaas ook die aan het dramatische busongeluk, op 12 februari 1996 waarbij collega’s zijn omgekomen. Een zwarte periode. “Dat was een heel heftige tijd voor iedereen.” Elk jaar wordt er op deze dag een herdenking gehouden en al meer dan twintig jaar brengt Jolanda met een collega bloemen, die bij de herdenking op 14 februari in de hal zijn gelegd, naar de graven van de hun bekende slachtoffers.

Afwisselend werk
Inmiddels werkt Jolanda op de financiële afdeling. “Ik kom in het hele gebouw en het werk is afwisselend. Ik zit hier echt op mijn plek.” De organisatie is enorm gegroeid en blijft in beweging. “Ik hoop dat dit in de toekomst zo verder gaat, zodat we eventuele concurrentie de baas kunnen blijven. Want ik hoop nog vele jaren in de organisatie te mogen werken. Elke dag is weer anders en het is nooit saai. ”

Interview met

Ap Doornebos

Lees hier het interview met ex-voorzitter van turnvereniging SVOD Ap Doornebos. Vele tientallen jaren bracht hij door in de hal voor het turnen, de sport waar hij zo verknocht aan is.

Bekijk video

“Nog steeds veel contact met de ouders”

Ap Doornebos liet zich bijna dertig jaar jaar geleden overhalen leiding te geven aan turnvereniging VZOD. “Als jullie meer willen bereiken, moeten de gymnastiekverenigingen in Deventer fuseren”, zei hij na het honderdjarig bestaan. Zo ontstond SVOD, waarvan hij 27 voorzitter was.

Toen zijn dochtertje op gymnastiek ging en als lid van de selectie deelnam aan wedstrijden, zat Ap Doornebos wel eens op de tribune. Op een dag, zo herinnert hij zich goed, stapte er iemand op hem af. Of hij geen leiding wilde geven aan de vereniging, de VZOD. Lachend: “Ik antwoordde: ik heb niks met gymnastiek of turnen, ik kom alleen voor mijn dochtertje. Maar ze hielden aan en ik ging overstag.”

Vuurtje
VZOD verkeerde in financiële en organisatorische problemen. Ap loodste de vereniging weer naar rustig water en vond het na het honderdjarig bestaan welletjes. Zijn tijd zat erop. Maar toen hij in 1994 zelf ter sprake bracht dat een fusie van de gymnastiekverenigingen in Deventer misschien een goed idee was, laaide het vuurtje weer op. “Ik ben gaan praten met mensen van onze eigen vereniging en andere besturen en vond uiteindelijk gehoor. Er kwam een fusiecommissie met een oud-wethouder als voorzitter.” Zo gingen de verenigingen VZOD, Voorwaarts en Sport en Vriendschap 1 juni 1997 op in SVOD.

Deventer kampte met een tekort aan accommodatie voor binnensporten. Ap: “Er was maar een sporthal, die erg verouderd was. Er moest echt iets nieuws komen. De politiek wilde een groot complex, dat ook onderdak zou bieden aan een nieuwe ijsbaan. Dat werd De Scheg.” Ap, inmiddels voorzitter van de nieuwe SVOD, was nauw betrokken bij het ontwerp voor de sporthal: de vloerindeling, de vloerputten waar palen en toestellen in kunnen worden bevestigd, de hoogte. “De architect had er geen rekening mee gehouden dat een hal voor turnwedstrijden aan bepaalde eisen moet voldoen. Zo was het dak in eerste instantie te laag ontworpen.”

Internationale toernooien
SVOD trad op als gastheer voor nationale en internationale toernooien in De Scheg. De NK ritmische gymnastiek bijvoorbeeld, of het Alfred Vogeltoernooi, later de Deventer Masters, een internationaal toptoernooi een keer per jaar, met deelnemers uit de hele wereld. Met ook wereldkampioenen en Olympische kampioenen in het deelnemersveld, “het hoogste sportniveau dat hier ooit aanwezig was.” Na 24 jaar viel het doek voor dit grote toernooi. “Het werd financieel steeds moeilijker om het rond te krijgen,” zegt Ap. “Het toernooi van een weekend had een begroting van een ton.”

Opening Scheg
De opening van De Scheg, door toenmalig kroonprins Willem-Alexander, is een van de hoogtepunten in de jaren dat Ap Doornebos bij de Deventer turnsport betrokken was. Ter gelegenheid van de opening werd het Nederlands turnkampioenschap heren en dames twee achtereenvolgende jaren in De Scheg georganiseerd. Sommige dingen zijn in al die jaren niet veranderd. Zeventig procent van de leden is nog altijd jonger dan zestien jaar. “Daardoor heb je nog steeds veel contact met ouders. We organiseren naast de wedstrijden ook nog steeds eens per jaar een grote uitvoering met 3 of 4 voorstellingen op een dag, eerder in de schouwburg en later in De Scheg, waar duizenden bezoekers op af komen.”

Toekomst
Zorgen maakt hij zich over de afnemende bereidheid van mensen vrijwilligerswerk te verrichten. “Dat komt onder meer doordat vader en moeder nu vaker beiden werken. Financieel is het ook lastiger dan vroeger, vanwege o.a. de afschaffing van de gemeentelijke jeugdsportsubsidie. Binnensporten hebben het wat dat betreft moeilijker omdat die afhankelijk zijn van Sportbedrijf Deventer, een m.i. te commerciële instelling. De buitensportverenigingen mogen externe gelden binnenhalen. Wij hebben geen eigen inkomsten.” Daartegenover staat, zegt Ap, de uitstekende samenwerking met de sporthalbeheerders. “Zij staan altijd voor je klaar.”

In 2011 nam hij afscheid als voorzitter. Als dat zo uitkomt zet hij zich echter nog graag in voor de club. “Een beetje onderhoud, en een advies zo nu en dan”. Lachend: “Maar ik heb nog steeds niks met gymnastiek.”

Interview met

Carlijn Achtereekte

Olympisch kampioene Carlijn Achtereekte is opgegroeid in Lettele, op een steenworp afstand van De Scheg. Niet zo gek dus dat hier haar liefde voor het schaatsen ontstond.

“Ik hoop dat hier over 10 jaar nog superijs ligt”

Als heel klein meisje leerde ze tijdens de ijskoude winters in Nederland schaatsen door weer en wind. Maar echt groot werd Carlijn Achtereekte (28) pas op het ijs in De Scheg. De Olympisch kampioene van dit jaar is vol lof over de baan in Deventer. “Hier liggen mijn roots. Ik weet nog goed dat ik tijdens het schoolschaatsen altijd probeerde het baanrecord te verbreken op de 60 meter. Maar mijn broer was toen een tikkie beter.”

Carlijn is momenteel weer hard aan het trainen voor het nieuwe schaatsseizoen. Onder Jac Orie streeft ze ernaar haar stijgende lijn vast te blijven houden. Dit betekent veel fietsen, krachttrainingen, skeeleren en oefenen op overdekte ijsbanen. De Olympisch kampioene woont tegenwoordig in Heerenveen, maar groeide op in Lettele. “Ja, bijna in de achtertuin van De Scheg. Als lid van de Deventer IJsclub was ik hier regelmatig te vinden. Ook met mijn klas gingen we vier keer per jaar schaatsen. Het leukst vond ik het wedstrijdelement”, vertelt Carlijn enthousiast.

Serieuzer
Carlijn vertelt dat ze nooit echt de beste was in haar jeugd. “Mijn broer was bijvoorbeeld beter. Toen ik 16 jaar werd mocht ik opeens naar het Gewest Overijssel, omdat ik bij de best achtste van Overijssel behoorde. Mijn 3000 meter viel positief op en ik werd uitgenodigd voor trainingskampen. Opeens werd alles veel serieuzer.” In die tijd viel het schaatsen nog te combineren met school. Tegenwoordig draait bij Carlijn alles om schaatsen.

Groot doek op de gevel
Dat dit haar geen windeieren opleverde bleek wel in februari van dit jaar toen Carlijn goud haalde. Toen ze zichzelf na de tijd op een groot winnaarsdoek terug zag aan de gevel van De Scheg vond Carlijn dit extra bijzonder. “Dat was natuurlijk erg leuk om te zien. Ik weet nog goed toen ik er langs reed. En het doek heeft er best lang gehangen”, lacht ze. Nog altijd komt ze regelmatig in De Scheg, zeker ook om de IJsselcup te rijden. De wedstrijd waar alle toppers aan de start verschijnen om zich te kwalificeren voor andere topwedstrijden.

Kampioenen uit het oosten
“De Scheg is altijd een goede plek voor mij geweest. Vele kampioenen uit het Oosten van het land zijn hier groot geworden, zoals de Mulders, Wouter Oldenheuvel, Stefan Groothuis en Erben Wennemars. Ik weet nog goed dat ik die in De Scheg tegenkwam en hier tegen opkeek. Nu hoor ik daar gewoon ook bij.”

Ontwikkelen
Ook is Carlijn enthousiast over de hele accommodatie aan de Piet van Donkplein. “De combinatie met het zwembad en de sporthallen is natuurlijk geweldig. Ik hoop dat De Scheg zich blijft ontwikkelen. De kwaliteit bij de ijsbaan is altijd bovengemiddeld geweest. Ik hoop dan ook dat hier over 10 jaar nog steeds superijs ligt en dat De Scheg gezinnen blijft trekken, zodat de jeugd de sport kan beoefenen waar het zo gek op is.”

Interview met

Moniek Kleinsman

Ex-topschaatster Moniek Kleinsman heeft vele rondjes geschaatst in De Scheg en nog altijd komt ze er graag. Ze vertelt over haar loopbaan en haar herinneringen van De Scheg.

Bekijk video

“De Scheg vervulde een grote rol in mijn leven”

IJsbaan De Scheg heeft topschaatsers voortgebracht. Eén ervan is Moniek Kleinsman (35). Aan haar veelbelovende schaatscarrière kwam abrupt een einde. Maar De Scheg is ze altijd trouw gebleven.

Moniek was acht, schaatste al zes jaar, reed inmiddels wedstrijden en trainde op de grote baan in de Scheg. Het was tijd voor deelname aan de Overijsselse kampioenschappen. Ze meldde zich aan, maar werd tot haar grote teleurstelling niet toegelaten. “Ze vonden me te jong”, vertelt ze. “Ik vond het verschrikkelijk en bleef het hele weekend boos.”

Biefstukje
Dat ze talent had, was echter duidelijk. Haar ouders, met een eigen boerenbedrijf in Bentelo, besloten haar te ondersteunen. Moniek: “Als ik uit school kwam om vier uur wachtte mijn moeder mij op en bracht ze me naar De Scheg, zij met de boekhouding van het bedrijf onder de arm, zodat ze tijdens mijn training kon werken. Omdat we drie kwartier moesten rijden en geen tijd hadden om daarvoor iets te eten, vond ze het beter dat ik ’s ochtends al warm had gegeten. Ik ontbeet vaak met een biefstukje.”

Schaatsen op ‘blackies’
Op de oude ijsbaan was ze verontwaardigd als schaatsers zonder hoezen over de brug kluunden. “Dat vond ik echt achterlijk! Dan gaan je schaatsen toch kapot?” Zelf reed ze op echte ‘blackies’, een schaats waarbij je de ijzers ten opzichte van de schoen kon herstellen. “Mijn grote voorbeeld Yvonne van Gennip had er goud op gewonnen, dus ik wilde ze ook. Mijn vader slaagde erin tweedehands exemplaren op de kop te tikken. Ze waren wel te groot, zodat ik heel veel watten in de neus moest proppen. Maar in mijn ogen was ik op die schaatsen een echte prof.”

Bronzen medaille
Op latere leeftijd werd ze uitgenodigd voor de nationale selectie. “Daar was ik onwijs blij mee. Ik mocht mee op internationale trainingskampen, waar ik veel heb geleerd en gezien.” In 2004 pakte ze de nationale titel allround, er volgde een bronzen medaille op de 3 kilometer in Heerenveen op de EK. “In die laatste race klopte alles. Elke slag was raak.“ Van haar sportsuccessen leerde ze: “Je hoeft geen goud te halen om een topgevoel te hebben.”

Stapje voor
De Deventer schaatsbaan heeft veel topschaatsers voortgebracht. Moniek begrijpt wel waarom: “Het is zwaar ijs en je traint buiten. Als je dan op een goede ijsbaan komt zoals in Heerenveen heb je een stapje voor. Dat heeft mij erg geholpen. De basis was goed, ik heb uren rondjes geschaatst in de Scheg. Het ijs was niet altijd top, maar de ijsmeesters deden altijd hun best voor een optimale vloer.”

Kapotte rug
In 2012 kwam ze tijdens een training ten val, met zwaar hersenletsel en een kapotte rug tot gevolg. “Dat laatste had ik niet zo in de gaten. Ik ben ermee doorgelopen, kreeg een enorme zwabbervoet op het ijs en andere klachten. Met pennen en plaatjes hebben de artsen alles gefixeerd, zodat ik nog recreatief kan sporten. Maar de profcarrière was voorbij.” Dat was een bittere pil, maar omdat ze tijdens het schaatsen was gaan studeren, bleef het zwarte gat uit. Opgeleid als verpleegkundige, via een Topsportregeling, was ze sinds 2010 al werkzaam als adviseur gezondheidsmanagement. Inmiddels werkt ze als zelfstandig, gespecialiseerd in verzuim en re-integratie. Sinds drie jaar is ze voor het CDA lid van de Provinciale Staten van Overijssel, met als favoriet dossier sport. Haar missie: “De vijfentwintig Overijsselse gemeenten moeten meer samenwerken om van sport weer een thema te maken.” En De Scheg? Daar schaatst ze af en toe nog steeds. “Soms vragen ouders mij hun kind les te geven. Dat blijf ik heel graag doen. In De Scheg liggen heel veel uren in mijn jeugd, die ijsbaan heeft een grote rol vervuld in mijn leven.”

Interview met

Renate van den Nulft

Toezichthouder Renate van den Nulft kent De Scheg na 25 jaar van binnen en buiten. Ze vertelt als medewerker over haar vele herinneringen.

“Ik was vertrouwd met de mensen”

Van medewerker huishoudelijke dienst tot toezichthouder: Renate van den Nulft kent De Scheg na 25 jaar van binnen en buiten. “Ouders die hun kind met lood in de schoenen op zwemles achterlieten stelde ik gerust: ‘Ach mevrouw, het komt wel goed.’”

Vijfentwintig jaar geleden begon ze bij De Scheg in de huishoudelijke dienst, aanvankelijk op een nulurencontract, later voor een vast contract. Maar Renate van den Nulft had meer ambitie. “Wat moet ik doen om toezichthouder te worden?” vroeg ze op een dag aan haar leidinggevende. “Het was niet gebruikelijk om door te stromen”, herinnert ze zich. “Ik slaagde voor de vereiste cursus en werd aangenomen.” Voor haar nieuwe functie moest ze onder meer haar zwemvaardigheden bijspijkeren. “Ik was in het bezit van zwemdiploma A en B, maar vroeger hield dat echt iets anders in. Bij diploma A kon je van een 1 meterduikplank springen, bij B was de duikplank iets hoger en moest je langer duiken. Nu zijn de eisen strenger.”

Improviseren
Haar ‘kindje’ was het Borgelerbad, waar ze op den duur 24 uur per week toezicht en beheer deed. Een combinatie van taken die haar altijd goed heeft gelegen. “De deuren van het zwembad openen, alles klaarzetten voor wedstrijden, een kapotte microfoon vervangen, schoonmaken. Ik houd van improviseren en heb dat altijd erg leuk gevonden.”

Verantwoordelijkheid geven
In het zomerseizoen hield ze toezicht in het buitenbad. “Ik was vertrouwd met de mensen die in het Borgelerbad zwommen, heb zelf jaren in een volksbuurt gewoond en ken veel bezoekers via mijn kinderen. Van groepen kinderen die overlast bezorgden pikte ik de lastigste eruit en nam die apart. ‘Kun je mij helpen?’ vroeg ik dan. Dan zag je ze kijken. Hoe dan? ‘Als er wat is, kom ik bij jou’. Op die manier gaf ik ze verantwoordelijkheid over de groep en dat werkte perfect!”

Bijna verdrinking
Een heftige ervaring was een bijna verdrinking van een meisje. “Ik hield toezicht in het buitenbad en was aanspreekpunt. Het binnenbad was ook open. Plotseling hoorde ik: ‘Er ligt een meisje op de bodem!’ Mijn collega heeft haar naar boven gehaald en we zijn samen begonnen te reanimeren. Ze heeft het gelukkig overleefd. Ik was zo blij dat we allemaal konden doen wat we moesten doen. Zoiets schept een band. Dat zijn ervaringen die je vormen.”

Busongeluk
Renate heeft haar werk gecombineerd met de zorg voor vier kinderen en een pleegkind. Bij het busongeluk in februari 1996 was ook haar gezin betrokken. “We zijn er levend vanaf gekomen, maar mijn man heeft er een botsplinter in zijn rug aan overgehouden en raakte arbeidsongeschikt.” Tussen de bedrijven door werkte ze mee in de kapperszaak van haar dochter en volgde ze zelf de kappersopleiding. Sinds drie jaar zijn ze samen eigenaar van de zaak in Epse.

 

Angstige kinderen

De Scheg blijft een dierbare en vertrouwde plek. “Het leuke was het werken met mensen. Ik kon me altijd goed in onze gasten verplaatsen. Sommige kinderen houden niet van zwemles, ze zijn bang en huilen. Ik praatte er rustig mee. ‘Rustig maar.’ Tegen ouders die hun kind met lood in de schoenen achterlieten: ‘Ach mevrouw, het komt wel goed.’ Als ze het diploma ophaalden zag ik ze glunderen en feliciteerde ik ze: het is toch gelukt hè?”

Interview met

Joke Berendsen

Zweminstructeur Joke Berendsen is al 25 jaar betrokken bij De Scheg. De badjuf geeft een mooi inkijkje in het wel en wee rondom het zwembad tijdens dit interview.

Bekijk video

“Ik leef voor het zwemmen”

Als senior zweminstructeur Joke Berendsen (60) een kind slordig ziet zwemmen, kan ze het niet laten de ouders aan te spreken. “Heeft hij een diploma? Waarom zwemt hij niet wat netter dan?” Na ruim veertig jaar zweminstructie gaat dat er niet meer uit.

Ze hoort naar eigen zeggen “bij het meubilair”. Toen ze vijfentwintig jaar geleden bij De Scheg startte, was ze al veertien jaar in dienst bij het oude bad aan de Smyrnastraat en had ze er daarvoor al vier jaar opzitten in een ander zwembad in Goor. In de ruim veertig jaar dat ze zwemles geeft, veranderde de lesmethode meermaals. Van kinderen die zo volgepakt met drijvers in het water lagen dat ze niet meer konden zwemmen, naar het leren zwemmen zonder hulpmiddelen, om vervolgens over te stappen naar de Swimsafe methode. Leerlingen leren hierbij zwemmen in een pak met daarin drie drijvers. Na een pilot in 2005, gaf Erica Terpstra in 2007 het officiële startschot voor de methode.

Plasouders
Joke herinnert zich dat de pakken aanvankelijk uit een stuk waren. “Als de kinderen naar de wc moesten, moest dat hele pak uit. We hadden in die tijd speciale plasouders.” De komst van Easy Swim Pro, een los hesje met een broekje was een hele verbetering. De laatste jaren werkt ze volgens het lessysteem Super Spetters van de KNZBWat overeind bleef, was de uitdrukking ‘kikker, vliegtuig, potlood’ voor de beenslag. “Ik nam dat als 21-jarige mee vanuit mijn jaren in Goor naar Deventer. Het was in het oude bad zelfs op de muur geschilderd.” Als een hoogtepunt in haar loopbaan bij De Scheg beschouwt ze de opening van het nieuwe peuterbad Pinara (inmiddels omgedoopt tot Pingo’s Island) in 2001 door Gerda Havertong. “Ze deed dat heel leuk, ze betrok de kinderen erbij.”

Relaxed
Dat sommigen De Scheg zien als zwemfabriek, vindt Joke volstrekt onterecht. “Wij hebben nooit lesgroepen gehad met meer dan tien kinderen. Het is echt niet zo dat we het bad maar volproppen.” Tijdens het baby- en peuterzwemmen, de specialiteit van Joke, is het zwembad zelfs een weldaad van rust. Andere activiteiten zijn er op dat tijdstip niet. “Mensen verwachten dat niet, omdat ze hier soms honderden auto’s en fietsen zien staan. ‘Wat is het hier relaxed’, merkte een moeder laatst nog verrast op.”

Een andere specialiteit van Joke is het geven van snelcursussen. Dit vindt ze heel intensief, maar ze haalt er veel voldoening uit. Ook hierin is ze precies en gedreven. “Ik test de kinderen van tevoren en kan goed inschatten of een kind versneld een A-diploma kan halen.” Dat in 2010 het schoolzwemmen werd afgeschaft, vindt ze nog altijd een slechte zaak. ”Kijk naar de verdrinkingsgevallen; verschrikkelijk.” Zo houdt ze ook haar hart vast voor de kleintjes uit het AZC die ze lesgeeft, maar die vaak na een paar maanden van de ene op de andere dag verhuizen. “Ze denken dan dat ze kunnen zwemmen, wat natuurlijk heel gevaarlijk is.”

Kwaliteit
“Ik ben heel erg voor kwaliteit’, concludeert ze. “Ik kan er niet tegen dat kinderen afzwemmen met een schaar- of wreefslag. Ik weet dat ik de lat voor mezelf en voor de kinderen erg hoog leg, maar dat gaat er na al die jaren niet meer uit. Mijn man komt ook uit de zwembadwereld en thuis hebben we het er vaak over. Ik leef voor het zwemmen, in elk geval voor het lesgeven. Het liefst aan jonge kinderen.”

Interview met

Erben Wennemars

Ex-topschaatser Erben Wennemars klom als klein jongetje over de bouwhekken van De Scheg. Sinds de opening 25 jaar geleden komt hij er vaak. Tegenwoordig ook als ambassadeur van Sportbedrijf Deventer.

“Zonder Deventer was ik geen wereldkampioen geworden”

Als klein jongetje klom hij over de hekken van het bouwterrein van De Scheg. Erben Wennemars (42) wilde de bouw van het nieuwe ijsstadion met eigen ogen zien. “Ik weet dat het veel indruk op me maakte.” Erben behoorde op dat moment tot de jonge schaatstalenten. Hij reed in de jaren erna vele records bij De Scheg en werd uiteindelijk wereldkampioen. Trouw blijft hij nog altijd aan Deventer. Zo is hij zelfs ambassadeur van Sportbedrijf Deventer.

De ex-topschaatser heeft de basis voor zijn vele titels in Deventer gelegd. “Zonder Deventer was ik geen wereldkampioen geworden”, vertelt Erben enthousiast. “De Scheg is een baan waar je weerstand opbouwt, de mentaliteit goed is, gewoon lekker met elkaar kunt schaatsen en waar je vriendschappen opbouwt.” Erben schaatste voorheen bij IJsclub de Stokvisdennen uit Dalfsen, de plaats waar hij opgroeide en tijdens de vele strenge winters leerde schaatsen op slootjes.

Bomvolle tribunes
“Elke vrijdagavond gingen we met de bus naar Deventer en trainden we in het IJsselstadion (de voorloper van De Scheg, red.). Toen ik 17 jaar oud was gingen we naar De Scheg. Vervolgens zat ik in de selectie van Regio Oost en heb ik uiteindelijk de overstap gemaakt naar het nationale team. Maar ook toen nog reed ik regelmatig rondjes in De Scheg, zoals bij de IJsselcup. Dat waren hele spannende wedstrijden waar alle nationale schaatstoppers op het ijs verschenen. De tribunes zaten toen echt bommetje vol”, herinnert Erben zich nog goed.

Vele titels
Vele wedstrijden won Erben vervolgens en met zijn wereldtitel sprint en zijn Olympische medailles werd hij een grootheid op het ijs. “Eigenlijk heb ik alle titels gewonnen, maar die van Overijssels kampioen niet. Daar stak Floris Klunder een stokje voor. Hij was altijd net een fractie beter toen die tijd”, lacht Erben. Floris is de zoon van Berry en Willy Klunder uit Deventer, die beiden ook actief zijn geweest als vrijwilliger bij De Scheg. “Willy zat bij de jury en zij heeft ongelooflijk veel gedaan. Eigenlijk verdient zij het podium. Maar dat geldt ook voor de ijsmeesters. Die zijn eigenlijk te bescheiden.”

Gevoel van buiten
Het ijs van De Scheg is vanwege het halfopen dak volgens Erben zeer geliefd bij schaatsers. “Je schaatst eigenlijk onder een dak, maar je voelt nog de wind. Het gevoel van buiten schaatsen is er nog. Dat heb je niet in Heerenveen of in Twente.” Erben somt de vele kampioenen op die hun roots bij De Scheg hebben liggen. “Jan Smeekens, Stefan Groothuis, de gebroeders Mulder, Carlijn Achtereekte, Jan Bos en Mark Tuitert. Allemaal hebben ze hier leren schaatsen!”

Bakermat
Erben schaatst nog altijd 1 à 2 keer in de week bij De Scheg, mede ook doordat zijn zoontjes hier trainen. “Dat is mooi om te zien. Zo herleef ik mijn eigen jeugd. Maar ik vind het hier altijd prettig om te komen. Ik ben niet voor niets ambassadeur voor Sportbedrijf Deventer geworden.” Erben hoopt door zijn inzet nog meer jeugd te enthousiasmeren voor het schaatsen. “Ik hoop dat De Scheg de bakermat blijft voor het schaatsen!”

Interview met

Gerrit Boegborn

Hoofd Financiële administratie Gerrit Boegborn weet alles over cijfertjes, maar is ook heel betrokken bij het andere wel en wee van Sportbedrijf Deventer. Hij vertelt er meer over in het interview.

Bekijk video

“Soms was het zo druk dat je het ijs niet meer kon zien”

De schaatswedstrijden, het millenniumproject, de opening van de nieuwe ijsbaan, de invoering van de euro: werken bij De Scheg draait voor Gerrit Boegborn (52) al dertig jaar om meer dan cijfers alleen. “Ik was betrokken bij alles.”

Dat Gerrit in 1988 na de Meao in dienst kwam bij de ijsbaan als administrateur, betekende geenszins dat hij alleen maar met zijn neus in de boekhouding zat. “Ik was betrokken bij alles in de organisatie, hield me ook graag bezig met wedstrijden etc.” Dat was maar goed ook, want van cijfers alleen zou Gerrit niet  gelukkig worden. “Ik heb een administratieve achtergrond en ik hou van afwisseling in mijn werk. Ik moet met mensen bezig zijn. Daarom is het werken bij De Scheg voor mij zo’n ideale combinatie.”

Zee van mensen
Hij verhuisde mee naar de nieuwe ijsbaan, die in oktober 1992 de deuren opende. Het eerste jaar van de openstelling was memorabel, vertelt Gerrit. “Alleen de ijsbaan was open en de rest was een bouwplaats. In de kerstvakantie stond het verkeer in Deventer totaal vast omdat iedereen naar de ijsbaan wilde. Elke dag was het hier een wirwar van auto’s. We zaten met zes man kaartjes te verkopen bij 3 graden onder nul. Op sommige dagen was het zo druk dat je van bovenaf het ijs niet meer kon zien, dan waren er wel 2.500 mensen. Dat vond ik prachtig .” Lachend haalt hij anekdotes op. Zoals over de school uit Den Bosch die een jubileum kwam vieren op de ijsbaan. “Ze kwamen met een man of duizend met een extra trein uit Den Bosch. Ik was net de rattenvanger van Hamelen. Ik leidde ze door de achterkant naar binnen. Al die mensen achter mij aan, de deuren gingen open en… whooemmm, een zwarte zee van mensen.”

Hectisch
De overstap naar de nieuwe ijsbaan betekende voor Gerrit een hoop extra reuring. “Vooral het samenwerken met al die nieuwe collega’s vond ik erg leuk. Op kantoor kwamen er medewerkers bij van de sportdienst en van het zwembad.” Saai was het nooit. Zo was Gerrit betrokken bij de organisatie van de opening van de Scheg. En zorgde het millenniumproject voor zorgen over mogelijk op tilt slaande kassasystemen. Piekuren maakte Gerrit als projectleider rondom de invoering van de euro. “Dat was een groot project dat ook nog eens midden in de kerstvakantie viel, voor ons de drukste tijd van het jaar. Het was heel hectisch. We hadden vier of vijf wisselstations in de hal waar je guldens in euro’s kon omwisselen, de kassa’s moesten worden omgebouwd, de meerrittenkaarten moesten worden omgezet en nog veel meer. We werkten van ‘s morgens zes tot ‘s avonds elf.’”

Groei
Gerrit zag de afgelopen dertig jaar veel veranderen. Zo kwam de horeca in eigen beheer en werd het aantal verkooppunten sterk uitgebreid. Binnen Sportief Deventer lopen inmiddels talrijke projecten. Het aantal medewerkers steeg van vijftig tot 250. Tegenwoordig werkt Gerrit als hoofd financiële administratie drie dagen voor De Scheg. Daarnaast verzorgt hij vanuit zijn – in 2009 vanuit De Scheg opgestarte – eigen bedrijf Boeg Opleidingen, trainingen op het gebied van EHBO en bedrijfshulpverlening.

Dieptepunt
Het busongeluk in 1996 vormt het absolute dieptepunt uit Gerrits loopbaan. “Ik zat ook in de bus. Dit was zo heftig, voor de hele gemeenschap. Iedereen in Deventer kende wel iemand die het busongeluk had meegemaakt.” Bang dat het werk na dertig jaar gaat vervelen is hij niet. Als was het maar vanwege de ambities van Sportbedrijf Deventer. “We hebben bijvoorbeeld een mooi groot zwembad, waarom zou je alleen mensen in Deventer bedienen? We kijken de laatste jaren ook nadrukkelijk richting andere doelgroepen. Zo zijn er voor onze organisatie nog veel kansen waarmee we de komende jaren aan de slag kunnen.”

pieter van den hoogenband interview jubileum 25 jaar

Interview met

Pieter van den Hoogenband

Als ambassadeur van Sportbedrijf Deventer is Pieter van den Hoogenband onder andere betrokken bij Happy Life. De combinatie tussen kinderen en bewegen vindt hij namelijk heel belangrijk.

Bekijk video

“Het is een mooie historische plek waar heel veel mensen met plezier sporten”

Voor de meeste Nederlanders is hij bekend als ex-topsporter, maar sinds begin dit jaar is Pieter van den Hoogenband (40) ook ambassadeur van Sportbedrijf Deventer. En van Happy Life, een spelplatform ontwikkeld door het Sportbedrijf waarbij kinderen worden gestimuleerd om te bewegen. “Mijn kinderen spelen het spel ook.”

De balans tussen arbeid en rust, dat is wat Pieter scherp houdt in zijn werk. “Vroeger noemden ze me ook wel eens ‘Pietje Powernap’, omdat ik ook overdag goed mijn rust kon pakken om op te laden voor de avondtraining. Dat heb ik nog steeds. Veel mensen verwarren slapen wel eens met lui zijn, maar mensen die goed slapen die kunnen veel efficiënter met hun tijd en energie omgaan. Ik heb ook wel eens de neiging om mijn agenda helemaal vol te plannen en dat is niet zo verstandig, maar goed slapen en plannen is een goede combi.”

Vitaalste bedrijf

“Eén keer per jaar zwem ik de ALS-cityswim (Amsterdams zwemevenement met als doel geld op te halen voor de strijd tegen ALS, red.). Dan merk ik dat ik een jaartje ouder wordt.” Zijn fitheid houdt hem dagelijks bezig. Bewegen, voeding, plezier maken en slaap zijn hierin voor hem belangrijk. “Ik ben ook op zoek naar het Vitaalste bedrijf van Nederland, om de bedrijven die daar heel slim in zijn een podium te geven, zodat anderen zich daaraan kunnen optrekken en hun voordeel mee kunnen doen.”

Slimme oplossing

Als vader van vier kinderen heeft hij zelf ervaren dat sport gezond kan zijn. Als ambassadeur van Happy Life draagt hij dit graag uit. “Topsport is niet gezond, maar bewegen wel. Happy Life vind ik daarom een hele slimme oplossing voor een vraagstuk waar meerdere ouders mee worstelen. Een mooie ontwikkeling om kinderen te stimuleren om gezond te leven en te bewegen.”

Steden bouwen

Pieter vindt dat er op het gebied van amusement bij kinderen de afgelopen jaren veel is veranderd. Dat gamen een steeds grotere rol in de vrije tijd van deze doelgroep inneemt, vindt Pieter niet per se een negatieve wending. “Er zijn ook spellen die je concentratie bevorderen.” En bij Happy Life moeten kinderen bewegen om steden te bouwen in het spel Minecraft. “Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen sporten proberen, zo komen ze erachter wat ze leuk vinden. Daar kun je op latere leeftijd plezier van hebben. We oefenen verschillende sporten. En helaas: uit het gehele scala van sport, vinden ze zwemmen niet leuk…”

Met plezier sporten

In zijn rol als ambassadeur heeft Pieter het Deventer Sportcongres begin dit jaar meegemaakt en heeft hij met eigen ogen gezien hoe Sportbedrijf Deventer te werk gaat. “De Scheg is een mooie, bijna historische plek waar heel veel mensen met plezier sporten. Ik heb veel zwembaden, ijsbanen en sportfaciliteiten gezien en dit is toch wel een unieke plek. Het heeft karakter, mensen zijn er trots op.”

Successen vieren

Het 25-jarig jubileum juicht hij van harte toe. Hij legt uit: “Dat betekent dat je duurzaam kunt presteren, je hebt tegenslagen kunnen overwinnen en je hebt veel mooie momenten meegemaakt. Het maakt ook dat je nu trots mag zijn dat deze reis is afgelegd en zo’n moment moet je absoluut vieren. Successen en mijlpalen moet je vieren, anders blijft er weinig over en blijf je op die sneltrein zitten. Recent heb ik de burgemeester van Eindhoven erop geattendeerd hoe slim en goed het hier is georganiseerd en dat die gemeente binnenkort eens moet komen kijken hoe het er hier aan toe gaat.”

Interview met

Gerdie Bos

Zwemster en vrijwilligster Gerdie Bos is één met het water. Zowel in De Scheg als in het Borgelerbad heeft ze heel wat baantjes gezwommen. Ook met mensen met een beperking.

Bekijk video

“Borgelerbad is echt mijn bad”

Gerdie Bos (79) is één van die vrijwilligers die maar liefst 40 jaar zwemles heeft gegeven aan mensen met een beperking. Inmiddels heeft ze vanwege haar gezondheid een flinke stap terug moeten doen, maar zegt ze: “Zodra het lichaam weer wil, ga ik weer het zwembad in.” Want normaal gesproken zwemt Gerdie, samen met de andere leden van de IJsberen, haar baantjes in het Borgelerbad.

“Elke ochtend maakte ik vanaf 7.30 uur mijn baantjes. Heerlijk is dat!”, vertelt Gerdie. Ze zwom altijd met veel plezier in het oude IJsselbad en in het toen nog openluchtbad Borgelerbad. Toen het IJsselbad werd vervangen door het overdekte Zwemparadijs De Scheg en Borgelerbad ook een binnenbad kreeg zwemt ze ook hele winters door. “Maar buiten zwemmen blijft zo ontzettend fijn. Borgelerbad is dan ook echt mijn bad. Het is er knus en de mensen die er werken zijn heel prettig.”

Bubbelbadscène voor Willem-Alexander

Maar ook aan De Scheg heeft ze prettige herinneringen. “Het is een prachtig zwembad. Er worden naast het zwembad meerdere sporten beoefend en dat maakt het zo mooi. Ik kan mij de opening 25 jaar geleden nog goed herinneren. Prins Willem-Alexander kwam en ze vroegen aan mij en een andere vrouw om in het bubbelbad te gaan zitten ter opvulling zeg maar. Maar dat bubbelbad liep na elke bubbelperiode weer leeg en dat gebeurde net toen de prins langsliep. Zaten we daar in een leeg bad”, lacht Gerdie.

Sterke persoonlijke band

Gerdie weet het nog goed toen ze werd gevraagd om eens zwemles te geven aan mensen met een beperking. “Destijds zwom ik af en toe al met ouderen. Toen ik de vraag kreeg of ik dat ook niet eens wilde doen met leerlingen van De Linde, dacht ik: waarom ook niet. En sindsdien doe ik dat al jaren. Ik vind het zo mooi om te zien dat ze rustig worden in het water. Je bouwt echt een sterke persoonlijke band met ze op.”

Diverse zwemsporten beoefend

Water en Gerdie, Gerdie en water. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is geen zwemsport die ze niet heeft beoefend. Trimzwemmen, figuurzwemmen of aquajogging, Gerdie heeft het allemaal gedaan. Drie jaar geleden kreeg Gerdie een nieuwe heup. Deze operatie was in eerste instantie niet helemaal geslaagd, waardoor haar terugkeer naar het zwembad nog altijd op zich laat wachten. Ook gooide een beroerte, die ze in februari van dit jaar kreeg, roet in het eten. “Gelukkig mag ik nu weer auto rijden. Ik verwacht dan ook snel weer in het zwembad te kunnen liggen.”

Gezelligheid en saamhorigheid

Vooral de gezelligheid met het personeel en vrijwilligers mist Gerdie enorm. “Samen deden we van alles. Het ontbijt bereiden voor de Zwem4daagse of waxinelichtjes aansteken die we meenamen het bad in met kerst. De saamhorigheid is er en ik hoop dat dit in beide zwembaden nog heel lang blijft.”

Interview met

Max van Huut

De architect van De Scheg is Max van Huut. Samen met zijn zakelijke partner wijlen Ton Alberts maakte hij van De Scheg een prachtig herkenbaar element in het landschap.

“Ontwerp van De Scheg is net als spelen met muziek”

Max van Huut is samen met zijn zakelijke partner wijlen Ton Alberts de architect van De Scheg. De opdracht, die vanaf 1989 liep en in 1993 werd afgerond, beschrijft Van Huut anno 2018 al “niet als eenvoudig”. “Er waren momenten dat ik er wel van wakker lag. Ik vond het een enorme uitdaging. Maar juist dat stimuleert je creativiteit.”

Van Huut omschrijft De Scheg als een grote opdracht, waarbij vooral de samenwerking met de specialisten binnen één team hem het meeste is bijgebleven. “Het is net als spelen met muziek. Eén goede violist maakt nog geen goed orkest. Dat doe je samen met anderen. Iedereen heeft zo zijn eigen specialiteit. Ik weet wel iets van bouwtechnische eisen in relatie tot bijvoorbeeld een zwembad of schaatsbaan, maar niet alles”, vertelt Van Huut vanuit het kantoor Alberts & Van Huut in Amsterdam.

Meerdere plekken

Het architectenbureau had ervaring met kleinere sportcomplexen, maar dit complex was voor Van Huut speciaal. “Het had meerdere functies. Die van ijsbaan, zwembad en je had diverse sporthallen. We vonden dat je van buiten moest kunnen zien dat het niet één groot gebaar was, maar dat het complex meerdere plekken behelsde. Van buiten herken je bijvoorbeeld de rechte muren van de tennishal, de koepel van het Zwemparadijs en de hoekige muren van de ijsbaan.”

Bepaald gevoel

Van Huut rijdt nog wel eens langs De Scheg als hij in Deventer moet zijn. “Ja, dan word ik nog altijd blij. Het is niet één groot massief bolwerk in de omgeving geworden en dat blijft fascinerend om te zien. Architectuur is voor mij meer dan alleen denken in functies en vierkante meters, het moet ook een bepaald gevoel uitstralen. Dat je blij bent als je er bent. En deze beleving straalt De Scheg uit. Hier kom je echt voor een dagje uit.”

Schitterende koepel

Het budget en de kwaliteit waren altijd een belangrijk onderwerp van gesprek als het bouwteam bij elkaar kwam. “Maar door de prachtige samenwerking kwamen we tot hele mooie dingen. Zo ontdekten we dat de houten gelamineerde liggers in de nok van het zwembad ook gebogen konden worden en dat dit niet eens zoveel geld meer kostte dan rechte liggers. Daardoor konden we die schitterende koepel bouwen.”

Anekdote over opening

Het moment van de opening noemt Van Huut heel speciaal. “Prins Willem-Alexander was er toen om het complex officieel te openen. Ik hield een praatje over het ontwerp. Achter mij stond een groot scherm waar ik ook nog eens levend groot op te zien was. Ik had toen mijn zoontje mee van destijds drie jaar oud en ik zag hem op de eerste rij naar mij kijken met grote ogen. Hij zag mij natuurlijk in tweevoud. Uiteindelijk heb ik hem het podium opgetrokken om hem de andere kant op te laten kijken en toen zei ik tegen de prins en het publiek: ‘dit is mijn bodyguard.’ Dat vergeet ik nooit meer”, lacht Van Huut.

Membraan dak

Het membraan dak van De Scheg, dat in 2011 gerealiseerd werd in samenwerking met Witteveen + Bos uit Deventer, kwam ook uit de koker van Alberts & Van Huut. “Je ziet dat zo’n gebouw door de wensen van de tijd aangepast kan worden. Ik hoop dat dit sporthuis nog heel lang mag meegaan. Zeker bij goed onderhoud van de verschillende functies, zal dat geen probleem zijn. Ik vond het in ieder geval mooi om een niet alledaags project tot een goed einde te mogen brengen.”

Interview met

Ben Mullink

Wie heeft geen gymles gehad van Ben Mullink. Als gymleraar is hij in vele sporthallen en basisscholen actief. Ben vertelt over waarom beter bewegingsonderwijs sinds een aantal jaren hoog op de agenda staat.

“We werken hard aan beter bewegingsonderwijs”

Wie heeft geen gymles gehad van Ben Mullink? Hij is al 30 jaar als gymleraar betrokken bij het Openbaar Primair Onderwijs in Deventer. In de loop van de jaren is er veel veranderd volgens Ben. “Kwaliteit is steeds belangrijker geworden en ook het stimuleren van het sporten na schooltijd. Daarnaast heeft het materiaal, zoals de MobieZ die we tegenwoordig tot onze beschikking hebben, een impuls gegeven aan het sporten met de jeugd”, vertelt Ben.

Vijf dagen in de week van ’s ochtends vroeg tot 17.00 uur houdt Ben zich bezig met het bewegingsonderwijs in Deventer. Tegenwoordig staat hij niet alleen maar voor de groep. Ben werkt ook aan een stuk begeleiding om de kwaliteit omhoog te krijgen. “We doen steeds meer voor beter bewegingsonderwijs,” vertelt Ben. “Als je als leerkracht bevoegd bent om gymles te geven wil het nog niet zeggen dat je ook bekwaam bent. Daar zit wel een verschil in. Hierin probeer ik de leerkrachten te ondersteunen.”

Van skateles tot skiken

Om de schoolgaande jeugd in aanraking te laten komen met zoveel mogelijk sporten deelt Ben de lessen anno 2018 op een andere manier in dan pakweg twintig jaar geleden. “Ik werk nu in kleinere groepen aan verschillende sporten. Ook haal ik steeds meer sportverenigingen naar de scholen of sportdagen toe. Hierdoor kunnen de kinderen kennis maken met een heel divers aanbod, zoals skateboarden, mountainbiken, kanovaren, freerunning, trampolinespringen, vlotbouwen of skiken (langlaufen op wieltjes, red). De kinderen vinden dit reuze interessant.”

Verrijking met MobieZ

In Deventer zijn er in het beweegonderwijs de MobieZ geïntroduceerd. Spelmaterialen die mobiel inzetbaar zijn. De kern van MobieZ is dat een deel van de sportinventaris niet permanent beschikbaar is in de accommodatie. Deze MobieZ materiaalsets rouleren tussen locaties en zijn daar een bepaalde periode beschikbaar. “Dit zorgt voor een regelmaat aan uitdaging”, vertelt Ben. Hij noemt de MobieZ een verrijking van zijn vak. “Het reguliere onderwijs verandert, en het beweegonderwijs verandert mee. Daar zijn de MobieZ een heel goed voorbeeld van.”

Naschools sporten

Ook het sporten na schooltijd staat bij Sportbedrijf Deventer op een hoog niveau. “In Deventer werken we hard om kinderen van alle milieus aan het sporten te krijgen. In de Rivierenwijk is er bijvoorbeeld meer geld beschikbaar voor de sportdag die ik dit jaar al voor het achtste jaar mag organiseren. Dat is natuurlijk fantastisch, maar ook hard nodig. Niet in elk gezin ligt het voor de hand dat je kunt gaan sporten. Daarom heeft Sportbedrijf Deventer ervoor gezorgd dat iedereen na schooltijd op een laagdrempelige manier kan komen sporten voor een relatief klein bedrag. In deze uren worden er diverse sporten aangeboden.”

Topsportcultuur

Ben hoopt dat sporten hoog in het vaandel blijft staan in Deventer. “We doen veel om kinderen te stimuleren om te sporten. Maar wat ik nog weleens mis is de topsportcultuur in Deventer. Die is er niet echt. Ik zal ervoor willen pleiten om dit weer terug te krijgen. Want sporten is het mooiste dat er is.”

Interview met

Jan de Weerd

Schaatser Jan de Weerd is samen met zijn broer van 79 niet weg te slaan van het ijs. Elke week rijdt hij nog zo'n vier keer in de week zijn rondjes in De Scheg.

Bekijk video

“In Deventer leer je echt goed schaatsen”

Samen met zijn broer van 79, schaatst Jan de Weerd (68) uit Terwolde nog zo’n 3 à 4 keer in de week zijn rondjes in De Scheg. De kunstijsbaan waar hij al 25 jaar komt. Zijn herinneringen aan schaatsen in Deventer gaan echter veel verder dan dat. “Ik herinner mij nog goed de EK’s die op de oude ijsbaan in Keizerslanden werden geschaatst. Er zaten toen nog 30.000 mensen op de tribunes. Fantastisch was dat. Ik kon in Terwolde de rondetijden horen.”

Jan is opgegroeid in de tijd dat schaatsers nog allerlei weersomstandigheden moesten trotseren. Waar je met 15 graden onder nul rustig een aantal rondjes ging schaatsen. “Regelmatig lag er ook een pak sneeuw op de ijsbaan. Iedereen pakte dan een sneeuwschuiver en begon de baan schoon te maken, zodat we na een half uur met zijn allen op het ijs konden schaatsen.” Deze saamhorigheid, het gevoel van betrokkenheid is nu anders, maar zeker nog wel aanwezig, vertelt Jan. “Ik zet nu ook de pionnetjes neer als de baan schoon wordt gemaakt.”

Trots op topschaatsers

De schaatser uit Terwolde voelt zich thuis op de Deventer ijsbaan. “Er heerst een ons-ken-ons gevoel. Vele schaatsers komen er al jaren. Als we dan samen in de kleedkamer zijn dan ben je weer heel jong”, lacht hij. Jan kent dan ook bijna iedereen bij naam. De schaatsers én het personeel. Ook heeft hij topschaatsers groot zien worden in Deventer. “Er zijn ontzettend veel pupillen doorgestoten naar de top”, weet Jan, die zo een hele rij namen op somt. “Erben Wennemars, Jan Bos, Stefan Groothuis, de gebroeders Mulder, Gerard ten Velde, Carlijn Achtereekte, Thomas Krol, Sanne van ’t Hof, Lotte van Beek en ik ben er vast nog een aantal vergeten”, zegt Jan met een trotse glimlach op zijn gezicht.

Inzicht in talent

“De rondetijden die de talenten hier schaatsten waren natuurlijk niet zo fantastisch als bijvoorbeeld in Heerenveen, maar hier in Deventer deden ze wel weerstand op. Hier leer je echt goed schaatsen.” Jan heeft zelf regelmatig les gegeven aan de pupillen. “Ik zag en zie nog altijd of iemand echt talent heeft. Of hij of zij echt kan schaatsen.” Gevraagd en ongevraagd geeft Jan jeugdige schaatsers tips. “Het is mooi om te zien dat kinderen zo groeien. Je ziet dan echt de verbetering.” Ook de wat oudere garde heeft Jan onder zijn hoede gehad.

Hoop op Elfstedentocht

Zelf traint Jan nog graag voor een Elfstedentocht in bijvoorbeeld Finland of Zweden. “Dit jaar hoop ik dat nog een keer te kunnen doen met mijn broer.” Zelf reed Jan in 1985, 1996 en 1997 in Friesland de Elfstedentocht mee. Twee keer in wedstrijdverband. “De laatste keer had ik dat eigenlijk niet meer moeten doen. Ik had een rugblessure en daardoor kwam ik uiteindelijk niet over de finish.” Ondanks het feit dat hij hoopt er ooit nog één te kunnen rijden, gaat Jans hart niet direct sneller kloppen als het een paar graden vriest. “Daar wordt dan altijd zo’n heisa van gemaakt in de media, vaak is de kans op een Elfstedentocht dan heel minimaal.”

Keuzes De Scheg

Jan schaatst niet alleen zijn rondjes op de ijsbaan, maar heeft ook een duidelijke mening over de keuzes die men maakt voor Deventer als schaatsstad. Het moment dat de keuze werd gemaakt om de baan in Keizerslanden te sluiten en een compleet nieuwe kunstijsbaan te bouwen, weet Jan nog goed. “In het begin vond ik het jammer dat we geen EK’s meer konden organiseren, maar achteraf zeg ik: het was een hele goede zet. Deventer heeft een duidelijke keuze gemaakt door voor het recreatieve schaatsen te kiezen. Dit heeft voor meer continuïteit gezorgd.”

Geweldige verbetering

Ook geeft Jan aan dat het half open dak een “geweldige verbetering” is. “Veel mensen uit Rijssen en Almelo komen hier schaatsen vanwege het feit dat je hier toch nog de weersomstandigheden voelt. Schaatsen in een geheel overdekte hal voelt toch aan als een koelkast. De sfeer is anders. Nee, voor mij is er maar één ijsbaan en dat is De Scheg. Dat is gewoon de gezelligste ijsbaan van Nederland!”

Interview met

Willy en Berry Klunder

Willy en Berry Klunder zijn zo verweven met het vrijwilligerswerk bij De Scheg dat ze zelfs over de stadsgrenzen nog worden herkend. Mooie verhalen kwamen los tijdens het interview met dit echtpaar.

Bekijk video

“Uitslagen en foto’s gingen met de telex de wereld in”

Het echtpaar Berry en Willy Klunder zijn niet weg te denken uit De Scheg. Als vrijwilligers zijn ze al tientallen jaren betrokken bij de ijsbaan. Berry voornamelijk als trainer en Willy als lid van de jury. Hiermee verwerft ze nationale bekendheid. “Als we ergens op vakantie zijn dan worden we regelmatig aangesproken: hé, Deventer hè?”, lacht Willy.

Willy is nog altijd actief als vrijwilligster, maar Berry heeft twee jaar geleden zijn trainerschap uit handen gegeven. Wel schaatst hij in de wintermaanden nog altijd twee à drie keer per week op het Deventer ijs. Schaatsen doet Berry al vanaf jongs af aan. “Ik was al lid van de Deventer ijsclub in 1962 bij de opening van het oude IJsselstadion”, vertelt hij.

Hobbelig ijs

Berry behoorde tot de subtoppers van die tijd. Hij reed ook alle Elfstredentochten. “In 1963 heb ik de wedstrijd vanwege de extreme kou niet kunnen uitrijden. We werden in Franeker van het ijs gehaald. De overige tochten heb ik wel uitgereden.” De winters van weleer noemt Berry “redelijke winters.” Hij reed toen veelal in het oude IJsselstadion. “Daar was het ijs soms hobbelig en kon je de buizen eronder voelen”, weet Berry nog. “Maar de sfeer was geweldig.”

Telex

Willy vult hem aan: “En wat genoten we van alle internationale jeugdtoernooien en EK’s. Toen werden er complete tribunes bijgebouwd en was het altijd bommetje vol.” Willy weet nog goed dat via de PTT alle uitslagen en foto’s met een telex de wereld in werden geslingerd. “Tegenwoordig is het één druk op de knop en iedereen heeft het. Vroeger was het vaak lang wachten. Maar het waren mooie tijden”, geeft Willy aan.

Buitenlanders in huis

Ze mist nog wel eens het nostalgische gevoel van de stadionspeaker die tot aan hun huis te horen was. En ook de tijd dat ze buitenlandse schaatsers in huis namen ten tijde van het Internationale Jeugdtoernooi. “Ik weet nog goed dat ik ze meenam naar de stad voor nieuwe kleren. Ze waren dan heel dankbaar.”

Komst De Scheg

Met de komst van De Scheg veranderde veel. “De voorzieningen waren veel beter. Na de komst van het halve open dak kon je heel prettig en beschermd schaatsen”, vertelt Berry. “Toch heb je nog het idee dat je buiten schaatst. In Enschede en Groningen schaats je echt in een koelkast. Niet voor niets is Deventer geliefd onder heel veel schaatsers.” Berry denkt dat deze omstandigheden er ook aan hebben bijdragen dat Deventer veel kampioenen heeft grootgebracht. “Jan Bos, Erben Wennemars, Stefan Groothuis en vele andere toppers en subtoppers.”

Besmet met schaatsvirus

De hele familie Klunder is dankzij Berry en Willy besmet met het schaatsvirus. Willy: “Onze zonen Menno en Floris en kleinkinderen schaatsen ook. Dat is natuurlijk heel mooi.” Nog altijd is Willy druk met het vrijwilligerswerk. “In de zomer staat het ook niet stil, dan maken we de kalenders op en komen we met de jury nog regelmatig bij elkaar.” Berry geeft aan dat iedereen in de schaatswereld Willy kent. Voorlopig is ze nog niet van plan om geheel te stoppen, mede door de altijd prettige samenwerking met de ijsbaanmedewerkers.

Wensen van de tijd

Het echtpaar hoopt dat De Scheg nog lang blijft voorbestaan. “We hopen dat De Scheg zich blijft aanpassen aan de wensen van de tijd. Hou het aantrekkelijk voor de jeugd. Want schaatsen is niet goedkoop, maar wel ontzettend leuk om te doen.”

Interview met

Jessica van Wijk

Vrijwilligster Jessica van Wijk van de Reddingsbrigade Deventer is nog maar 37 jaar oud, maar is al meer dan 25 jaar betrokken bij het zwemwater in Deventer. Het leverde haar veel sociale contacten op.

Bekijk video

“Rode lijn reddingsbrigade is het sociale component”

Jessica Schut-van Wijk is met haar 37 lentes jong toch al meer dan 25 jaar betrokken bij het wel en wee van Reddingsbrigade Deventer en Omstreken (RDO). Als meisje van vijf jaar oud leerde ze al spelenderwijs hoe je mensen uit het water kunt redden. Vanaf haar 13e is Jessica hulpinstructeur. Een rol die Jessica in de loop der jaren verder uitbouwde. “De rode lijn vormt toch wel de sociale contacten die ik in het zwembad heb opgedaan”, vertelt ze.

De vrijwilligster van RDO noemt het Borgelerbad haar thuishaven. “Maar dat is ook heel lang De Scheg geweest. Daar heb ik ook altijd veel plezier gehad. Ik heb er zelfs zeven jaar lang mijn bijbaan als toezichthouder gehad. De opening van De Scheg kan ik mij ook nog goed herinneren. Toen Willem-Alexander het Zwemparadijs opende zaten leden van onder andere onze vereniging in het zwembad. Dat vergeet je niet meer.”

Van popvervoer tot tuigjes redden

Hoewel ze nu al jaren een baan heeft bij de gemeente Deventer, trekt het zwembad nog altijd. “Ik geef les op de zaterdagmiddag”, vertelt Jessica. “En destijds heb ik het wedstrijdteam binnen onze vereniging opgezet. Hoe je het snelst in teamverband kunt popvervoeren of een tuigjesredding kunt uitvoeren. RD doet ook op wedstrijdniveau mee. We horen zelfs tot de top 5 van Nederland.” Jessica heeft veel meegemaakt in het water. “Ik ben nu nog examinator van het certificaat zwemmend reddend zwemmen voor zwembaden, instructeur zwemopleidingen en ik train zelf nog wekelijks.” In haar jonge leven heeft Jessica mooie momenten beleefd, maar ook ingrijpende. Zo gaan reanimaties haar niet in de koude kleren zitten. “Dat hoort er helaas bij”, vertelt ze.

Uitwisseling

RDO wordt ingezet bij vele evenementen. Jessica: “Denk hierbij aan de Sinterklaastocht, de Badkuipenrace of een evenement in het Havenkwartier. Maar niet alleen wordt onze vereniging ingezet bij Deventer evenementen. Er vindt ook heel vaak een uitwisseling met een andere vereniging plaats. Zo helpen we mee met de Gay Pride in Amsterdam. Dat is zo groot dat de reddingsbrigade aldaar onder andere ons vraagt of we hierbij kunnen ondersteunen. Dit geldt voor vele evenementen in met name onze directe omgeving op en rond het water.”

Strandwacht in Zeeuws-Vlaanderen

De uitwisseling ziet Jessica als één van de hoogtepunten. “Dat is altijd bijzonder. Zo worden leden van onze vereniging in de zomer ook ingezet als strandwacht in Zeeuws-Vlaanderen. Toen ik een jaar of 18 was, was dit geweldig om mee te maken. Iedereen leefde hier naar toe.” Juist het sociale element is voor Jessica het belangrijkste van haar lidmaatschap en inzet voor de Deventer reddingsbrigade. “Ook al vlogen we uit voor een studie buiten de stad of kregen we een vaste baan, voor de reddingsbrigade komen we altijd weer samen.”

Schouders eronder

Hoewel Jessica nog maar 37 jaar is, behoort ze tot één van de leden die het langste lid is. “Door het wedstrijdelement en het spelenderwijs lesgeven aan kinderen zie je dat de leeftijd laag blijft. En dat is mooi. Ik hoop dat we de komende jaren er met zijn allen de schouders er onder blijven zetten. Want dit is een hele mooie vrijwilligersbaan.”

Interview met

Jan Jaap Kolkman

Wethouder Sport en Meedoen Jan Jaap Kolkman vertelt in het interview over Deventer als sportieve stad en over zijn eigen herinneringen, zoals het EK Voetbal voor vrouwen in 2017.

"Sport, spel en plezier: dat is waar De Scheg voor staat"

Sport, spel en plezier, dat is waar de Scheg al 25 jaar voor staat. Een jubileum om stil bij te staan en te vieren. Dat Deventer een sportieve stad is, hoef ik natuurlijk niet uit te leggen. Wat ik wel bijzonder vind is dat we als inwoners en organisaties zoveel clubs ondersteunen en ook anderen het podium bieden voor sport, spel en plezier. Neem bijvoorbeeld het EK Voetbal voor vrouwen in 2017 en de Nationale Sportweek in september dit jaar.

Waar ik als wethouder Sport en Meedoen echt blij van word, is dat De Scheg er is voor iedereen. Voor topsporters, kinderen, ouderen, dagjesmensen en mensen met een handicap. De Scheg is ook al jaren het startpunt van de scootmobielrijdersdag. Zelf geniet ik ook volop van sport. Vanaf mijn 8e heb ik gevoetbald. Eerst bij Go Ahead en daarna bij Daventria. Tijdens mijn studie zat ik in een zaalvoetbalteam. Ik kon best wel een balletje trappen, al zeg ik het zelf. Ik heb het geschopt tot het jeugdselectieteam, maar door een knieblessure is het daarbij helaas ook gebleven.

Ard en Keessie
Ik was – en ben – fan van schaatsen. Op de oude ijsbaan aan de Rembrandtkade heb ik nog de legendarische schaatshelden Ard en Keessie zien knallen. Op 22 en 23 januari 1966 werd in een zinderend IJsselstadion het Europees kampioenschap gehouden, het eerste internationale schaatskampioenschap op een Nederlandse kunstijsbaan. Van het EK had ik zo’n mooi speldje en op mijn kamer had ik ook een poster hangen van het Wereldkampioenschap allround mannen in 1969 in het IJsselstadion.

Wensen voor de toekomst
De Scheg – nu dus al weer 25 jaar het sportcentrum van Deventer (én verre omgeving) – blijft investeren in de toekomst, van de grootste textieloverkapping van Europa tot gebruik van duurzame energiebronnen. Voor de komende 25 jaar wens ik Deventer toe dat De Scheg zich regionaal, nationaal en misschien zelfs wel internationaal nog meer kan profileren. Dat blijft vragen om vernieuwen, maar ook dat De Scheg net als nu in de harten van Deventenaren blijft zitten. En daar heb ik alle vertrouwen in.

Interview met

Thijs Hulshof

Elke dinsdag begeeft gastzwemmer Thijs Hulshof zich in het water van De Scheg. Sinds zijn cardioloog hem 21 jaar geleden adviseerde om te gaan zwemmen slaat hij bijna geen dinsdagmorgen meer over.

Bekijk video

“Ik sla nooit een dinsdag over”

Thijs Hulshof (84) is één van de vaste zwemmers op de dinsdagochtend. Op verzoek van zijn cardioloog is hij 21 jaar geleden begonnen met zwemmen en ook niet meer opgehouden. “Ik sla sindsdien nooit een dinsdag over. Zwemmen is ontzettend goed voor je gezondheid. Daarnaast vormt De Scheg voor mij een ontmoetingsplek waar ik vrienden heb leren kennen.”

Voordat de dinsdagochtendgroep het zwembad in duikt wordt er nog rustig gekeuveld. Iedereen geniet van een heerlijk kopje koffie of thee. Thijs Hulshof zit met een groepje mannen te praten en heeft nog lekker warm zijn handdoek om zijn schouders heen. “Deze ochtend is voor mij echt verwennerij”, geeft Thijs aan. “Er is wat te drinken, in de pauze krijg je fruit en we mogen gratis gebruik maken van de sauna. Waar heb je dat tegenwoordig nog?”

Nauw betrokken

Thijs geeft echter aan dat de ochtend ook hard werken is. “Het zijn pittige lessen. Vanmiddag en morgenvroeg heb ik spierpijn”, zegt hij lachend. Thijs pakt eerst een les aquajoggen mee en na de pauze is het tijd voor aquarobic. “Wat ik het leukste vind? Alles. Als ik maar in beweging ben.” Thijs geeft toe dat de gezelligheid ook een belangrijke stimulans is om wekelijks naar De Scheg te komen. “We zijn nauw betrokken bij elkaar. Als er iemand ziek is wordt er een kaart gestuurd en met kerst zitten we in een grote kring bij elkaar. Samen met mijn medezwemmers, waaronder iemand van 92 jaar, beoefen ik ook andere hobby’s. Zo zing ik met iemand in een Shantykoor. Dat is toch ongelofelijk leuk.”

Geluisterd naar de groep

Hoe nauw de betrokkenheid is, blijkt ook wel uit de brief die Thijs schreef namens de dinsdagochtendploeg om een zweminstructrice te behouden voor de groep. “We hebben in de loop der jaren veel instructeurs zien komen en gaan. Zo gaat dat nu eenmaal. Maar toen deze bewuste mevrouw eigenlijk weg zou moeten wilden we daar een stokje voor steken. De directie heeft naar ons geluisterd en daardoor staat ze nog altijd voor de groep. Ze doet dit fantastisch en is echt mijn grote vriendin”, lacht Thijs.

Leren zwemmen op veenturfen

De Deventenaar leerde zwemmen toen hij zeven jaar was. “Eerst moest je zwemslagen oefenen op veenturfen, vervolgens gingen we het kanaal in. Een mooie tijd.” Van kindsaf aan zat de voorliefde voor het water er al goed in. Zo zwom Thijs ooit in de Ossiacherzee in Oostenrijk en in de Moezel tegen de stroom in. Toen de bouw van De Scheg begon was hij dan ook meteen enthousiast. “Je zag het zwembad groeien. Het is een prachtplek geworden waar je iedereen ontmoet die aan sport doet. In een wijde omtrek ken ik niet zo’n mooi zwembad als De Scheg.”

Architectonisch hoogstandje

Thijs, zelf liefhebber van architectonische hoogstandjes, is nog altijd lyrisch over het ontwerp van het zwemparadijs. “Die koepel is vooral prachtig. De persoon die dit heeft ontworpen heeft echt zijn best gedaan. Ook ben ik vol lof over alles wat ze bij De Scheg bedenken. Zo is het Speelparadijs echt geweldig voor mijn kleinkinderen. Voorlopig blijf ik hier dan ook graag komen. Dat stelt mijn cardioloog vast op prijs.”

willem lemmerman 25 jaar interview jubileum

Interview met

Willem Lemmerman

Willem Lemmerman was bij de opening van De Scheg 25 jaar geleden de ijsmeester. Maar zijn herinneringen over schaatsijs gaan veel verder dan dat. In het interview meer over techniek en zijn passie voor sport.

“Ik ga nog ieder jaar naar de kerstbijeenkomst”

Ieder jaar in oktober staan de schaatsers te trappelen om de eerste rondjes op het ijs van De Scheg te maken. De ijsmeesters vervullen een sleutelrol in het onderhoud van het ijs en de machines. Zo ook Willem Lemmerman (87), 25 jaar geleden de allereerste ijsmeester in het recreatiecentrum. Zijn hele leven stond in het teken van de techniek. Zijn passie voor voetbal liep daar als een rode draad doorheen. Dat zorgde voor veel mooie momenten in zijn bewogen werkzame leven.

Afgestudeerd aan de Machinistenschool, ook wel School voor Scheepswerktuigkundigen (SVS), als automonteur en met een passie voor alles dat met techniek te maken heeft. Zo begon Willem op de arbeidsmarkt. Hij startte als machinist van de grote scheepvaart. Hier leerde hij alles om de motorinstallatie onderhouden. Glunderend vertelt hij: “Ik voer naar Zuid-Amerika en zag Argentinië, Brazilië, Uruguay… Later ook Nieuw-Zeeland en Australië, prachtig!”

Go Ahead Eagles

Zeven jaar lang voer hij de wereld over, totdat hij ‘werk aan wal ging zoeken’. Na een paar jaar bij Thomassen & Drijver (Nederlands verpakkingsbedrijf met standplaats Deventer, red.), wilde hij opnieuw verder kijken. In al die tijd voetbalde Willem fanatiek als amateur voor Go Ahead Eagles, ‘zijn club’. Iets waar hij tot jaren daarna profijt van bleek te hebben.

Geen koeldiploma

“Bij Friki (producent van kippenvlees, red.) zochten ze een machinist voor de koel- en vriescellen. Ik had geen koeldiploma, maar besloot gewoon te bellen. De personeelschef nam op en zei al snel: “Ik herken je van de voetbal, kunnen we een keer een babbeltje maken?” Willem lacht als hij eraan terugdenkt. “Natuurlijk, zei ik. Bleek die man vroeger mijn keeper geweest te zijn!” Friki was een bron van contacten, want Willem leerde er ook Theo Alferink kennen, zijn latere collega-ijsmeester bij de ijsbaan aan de Rembrandtkade.

Werk op de ijsbaan

In die periode werkte hij veel met verwarmingsketels en koelinstallaties bij verschillende bedrijven. Totdat hij solliciteerde bij de gemeente Deventer als onderhoudsmonteur en op gesprek bij de directeur werd gevraagd. “Die man zei: ‘Ik vind het zo zonde dat u uw vak als machinist overboord gooit. Wat vindt u ervan als ik u werk aanbiedt op de ijsbaan? Daar gaat iemand weg en u bent de geschikte man. U heeft verstand van koeltechnieken, installaties en hebt op zee gevaren. Als u nu gaat, dan bel ik wel even dat u eraan komt.’”

Drie weken meelopen

Het was de tijd dat Deventer beschikte over een ijsbaan aan de Rembrandtkade. “Ik werkte er net een maand in het voorjaar toen het winterseizoen afliep. Het bedrijf dat de ijsmachinecompressoren produceerde, kwam deze ieder jaar controleren en van een onderhoudsbeurt voorzien. Ik liep op eigen initiatief drie weken mee en liep daarna direct naar boven, naar de directie. ‘Gebeurt dat altijd zo?’ vroeg ik hem. ‘Ja natuurlijk,’ antwoordde hij. Ik zei toen: ‘Ik ben hier voor alles, niet alleen voor het omzetten van een knopje. Ik kan dat zelf ook voor je doen.’ ‘Daar houd ik je aan!’ kreeg ik terug.”

Achtergrond in automontage

“Als het maar met techniek te maken heeft, dan ben ik al blij. Het zit gewoon in mijn bloed.” Naast de onderhoudsbeurten, waren ook de ijswagens niet veilig voor Willem. “Ik kwam erachter dat daar een motor, vergelijkbaar met die van een auto in zat. Daarin kwam mijn achtergrond in de automontage goed van pas!” Ruim dertien jaar werkte Willem met ziel en zaligheid op en rond de ijsbaan aan de Rembrandtkade. Zijn ogen glunderen als hij er over vertelt. “Het was een drukke tijd, maar ook heel fijn. Mijn vrouw zei wel eens als ik thuiskwam: ‘Neem het bed maar mee, dan kun je daar slapen!’”

Overgang De Scheg

Begin jaren negentig opende de half overdekte ijsbaan De Scheg aan de Holterweg. Voor Willem betekende dat veel veranderingen in een korte tijd. “Van een ijsbaan gingen wij over naar een centrum met een zwembad, sporthallen en meer. Met een groter gebouw kwamen ook meer collega’s om te ondersteunen. Samen met Theo was ik ijsmeester en daarnaast waren er drie medewerkers in dienst ter ondersteuning.”

Kerstbijeenkomst

Het zou de laatste werkgever van Willem worden, na drie jaar aan het ijs te hebben gewerkt, verliet hij De Scheg en ging hij met pensioen. “Mijn kinderen hebben er uiteraard zwemles gehad en ik heb er nog wel heel lang gezwommen, tot wel drie jaar terug. En ieder jaar ontvang ik een uitnodiging voor de kerstbijeenkomst. Ik ga er nog steeds heen, al ken ik er steeds minder mensen.”

Interview met

Hennie Janssen - Moes

Volleybalster Hennie Janssen - Moes zag de realisatie van De Scheg voor haar eigen huis tot stand komen. Met haar sporthart komt ze er graag. Voornamelijk om te volleyballen, want dat blijft toch het allermooiste spelletje.

Bekijk video

“De Scheg heeft Deventer allure gegeven”

Hennie Janssen - Moes (56) uit Deventer is fanatiek volleybalster van Avior. In haar vrije tijd is ze menig uur te vinden in de sporthal van De Scheg. Het gebouw dat ze letterlijk voor haar neus gebouwd zag worden. “Ik herinner me nog goed de opening met Willem-Alexander, toen nog prins. De helikopter kwam over ons huis vliegen terwijl ik buiten stond met mijn oudste kind op de arm. Ik was en ben nog steeds trots op het feit dat we dit in Deventer hebben gebouwd.”

Tijdens haar volleybalcarrière heeft Hennie veel sportzalen en verenigingen de revue zien passeren. Zo begon ze in 1984 te volleyballen bij Isala, de club op De Zandweerd. In 1988 fuseerde deze club met SV Colmschate en ontstond Devolco ’88. Naast de trainingen en het spelen van wedstrijden hield Hennie zich ook altijd bezig met de ledenadministratie en andere hand- en spandiensten. “Zo heb ik in onze garage regelmatig nieuwe tenues uitgedeeld.”

Wederom een fusie

Na de fusie in 1988 moest er volgens Hennie hard worden gewerkt aan het verenigingsgevoel. “De teams werden gemixt, dat was even wennen. Ook gingen we naar één thuishaven toe en dat werd De Scheg. Sinds twee jaar zitten we in hetzelfde schuitje als gevolg van een fusie. Dit keer met SVS Schalkhaar. Hierdoor is Avior ontstaan, de grootste volleybalclub van Nederland. Nu is er meer spreiding van de teams over de verschillende locaties. Dat vind ik wel weer jammer.”

Grenzen opzoeken

Inmiddels draait Hennie mee in Dames 3. “Volleybal is een spelletje dat je heel lang kunt blijven doen. Het inzicht heb je wel en ik blijf fanatiek”, vertelt ze lachend. “Het reactievermogen en het hele hoge concentratievermogen maakt het zo geweldig om te doen. Je hebt alleen een goede trainer nodig die je grenzen laat opzoeken. Dat is belangrijk.” Momenteel traint Hennie één keer in de week in sporthal De Kroon en speelt ze op zaterdag haar wedstrijden in De Scheg.

Dure uitgave

De Deventerse is na 25 jaar altijd nog blij met De Scheg. “Het is hier echt geweldig. Je kunt er diverse sporten beoefenen, zwemmen, schaatsen en in de zomer is het speelparadijs ook fantastisch. Mijn hele gezin heeft hier op de een of andere manier gesport. Als sportfanaat vond ik het destijds heel goed dat de gemeente haar nek heeft uitgestoken om dit multifunctionele complex te laten bouwen. Ja, het viel te duur uit, hierdoor moest zelfs een wethouder opstappen, maar ik kon wel achter deze uitgave staan. De Scheg heeft Deventer allure gegeven.”

Vliegende olliebollen

Er zijn tal van herinneringen bij Hennie. “Elk jaar spelen we een olliebollentoernooi. Dan vliegen de oliebollen letterlijk door de zaal. In het verleden staken we zelfs vuurwerkpakketten af vanaf het balkon. Dit kan tegenwoordig heel begrijpelijk niet meer, maar het was wel geweldig om te zien. Een minpunt benoemt Hennie ook. “De koude douche is zeker een verbeterpunt. Ik denk dat het goed is dat iedereen zich binnen De Scheg blijft afvragen: hoe zou ik zelf behandeld willen worden? Als dat voorop staat, dan komt het goed.

Busdrama

Hennie staat naast de hoogtepunten van 25 jaar De Scheg ook stil bij het dieptepunt. Het Schegdrama in februari 1996, het busongeval waarbij zeven medewerkers van De Scheg om het leven kwamen. “Ik weet het nog goed. Ik moest die avond trainen en liep met mijn tas over de schouder richting de ingang. Er stonden allemaal camera’s. De impact van het ongeval werd, er was toen nog geen social media, pas uren later duidelijk voor mij. Het was echt vreselijk. Dit drama hoort helaas ook bij De Scheg. Ik vind het mooi om te zien dat er nog elk jaar bij wordt stilgestaan. Zo houden we de gedachten aan de medewerkers levend. Ja, in De Scheg liggen een lach en traan. Dat is ook wat sport met je doet. Ik hoop dan ook dat we samen de schouders eronder blijven zetten om ook in de toekomst een stad te mogen blijven waar sport hoog in het vaandel staat.”

wilma emaus interview jubileum 25 jaar

Interview met

Wilma Emaus

Zwemjuf Wilma Emaus geeft al meer dan 25 jaar zwemles aan 'speciale kinderen', zoals zij ze noemt. Ze doet dit met enorm veel plezier. Ook staat ze regelmatig voor andere groepen in het zwembad.

Bekijk video

“Ik werd in het diepe gegooid”

Kinderen met een handicap hebben een speciaal plekje in haar hart. Wilma Emaus (57) geeft zwemles aan ‘speciale kinderen’, zoals zij ze noemt. En dat al 25 jaar in De Scheg én het Borgelerbad. Ook is ze al sinds haar 14e verbonden als vrijwilliger aan Stichting De Klup. Dat betekent iedere zaterdag zwemles geven aan mensen met een verstandelijke beperking uit Deventer en omgeving. En dat doet ze met enorm veel plezier.

Zwemles volgens Wilma: met veel geduld, af en toe streng, maar dat maakt ze snel goed. Met haar harde stem houdt ze iedereen bij de les. En iedereen krijgt evenveel aandacht. Haar start bij De Scheg was allesbehalve rustig. “Ik werd meteen in het diepe gegooid,” vertelt Wilma lachend. Per 1 juli 1988 zou ze beginnen, maar een dag eerder stond ze al aan het bad. “Ze kwamen naar me toe met de vraag: ‘Wil je morgen het zwangerschapszwemmen doen?’” Zonder officiële diploma’s leert ze de volgende dag al de eerste kneepjes van het vak.

Stichting De Klup

Haar passie ligt in het lesgeven van kinderen met een handicap. “Ik krijg energie van deze kinderen en van het moment dat ze zwemveilig zijn en hun diploma binnen hebben.” Ook als vrijwilliger bij Stichting De Klup helpt ze deze groep iedere zaterdag tussen 17.00 en 18.00 uur in het water. Ze doet dit onder andere samen met collega Kees van Hoof, die als regisseur betrokken is bij het project Iedereen Actief! In het verleden, voor haar zwemcarrière, werkte ze vijf jaar lang in de zorg met verstandelijk gehandicapten. “Toen wilde ik al met deze mooie mensen werken.”

Handtekeningenactie

Wilma maakt nogal wat mee in die 25 jaar dat ze in het zwembad werkt. “Ik gaf aan ouderen les in joggen en gym in het water en moest op een gegeven moment als instructeur naar een andere groep. Er werd toen een handtekeningenactie georganiseerd waarop ik mocht blijven. Dat warmt toch wel je hart.” Dat bezoekers vaker het initiatief nemen, blijkt wel uit haar volgende verhaal. “Eén van de kinderen moest door het gat zwemmen onder water. Hij bleef wat langer onder water en zijn moeder sprong erin. Hij bleek alleen wat last van zijn oor te hebben, verder niets aan de hand.”

Tijden veranderen

Als zwemjuf maak je niet alleen van alles mee, maar merk je ook dat de tijden veranderen. “Ik krijg nu, nadat kinderen hun zwemdiploma hebben gehaald, allerlei cadeaus van ze. Bloemen, chocolade, en tekeningen. Dat was vroeger ook zo, maar de afgelopen jaren nam dat af. Nu merk ik dat het weer vaker gebeurt. Je kunt het vergelijken met een juffrouw of meester op de basisschool. Die krijgen aan het einde van het schooljaar vaak ook een presentje.” Naast de presentjes merkt zij als zweminstructeur dat ze vaker ergens op wordt aangesproken. “Ik merk dat kinderen mondiger worden, eerder zeggen wat zij vinden. Ook ouders hebben vaak een mening over hoe wij lesgeven.”

Robots aan het werk

“Zolang ik dit kan doen, wil ik dit blijven doen. Hoe De Scheg er over 25 jaar uitziet? Geen idee. Alles zal wel digitaal zijn of men heeft alweer iets anders ontdekt. Wie weet hebben we dan wel een kartbaan ondergronds. Misschien nemen robots ons werk uiteindelijk over. Het zwemmen verdwijnt in ieder geval niet.”

kees van hoof interview 25 jaar jubileum

Interview met

Kees van Hoof

Coördinator Sportief Kees van Hoof maakte vele veranderingen mee bij Sportbedrijf Deventer. De laatste tien jaar is hij meer betrokken bij de maatschappelijke rol van sport.

Bekijk video

“Ik geloof in een samenleving waarin iedereen met elkaar kan samen leven”

Kees van Hoof (59) weet het nog goed. Hij maakte begin jaren negentig de vele nieuwe innovaties in de wereld van het zwemmen mee. “Collega’s gingen naar Las Vegas om de laatste ontwikkelingen mee te krijgen.” Van Swimsafe tot aan het babyzwemmen: hij was erbij. Inmiddels is hij regisseur van het project Iedereen Actief! bij Sportbedrijf Deventer waarin hij de spil is om lokaal en regionaal meer aandacht, bewustwording en sportactiviteiten voor mensen met een beperking te creëren.

“Toegankelijkheid is voor iedereen. Toch zijn er nog veel sportaccommodaties die alleen een trap naar de ingang of sportkantine hebben. ‘Wie heeft hier nu de beperking?’” vraagt Kees zich dan af. Als het aan hem ligt, is het project Iedereen Actief! over vijf jaar niet meer nodig. Alle sportverenigingen en –gebouwen zijn dan toegankelijk voor mensen met welke vorm van beperking dan ook. “Wij gaan met ze in gesprek, geven ze begeleiding en kijken waar de mensen het beste passen.”

Aquasporten uit Amerika

Verandering brengen, dat is wat Kees in de afgelopen 37 jaar bij Sportbedrijf Deventer doet. In 1981 kwam hij in dienst als zweminstructeur. Bij het overdekte binnenbad in de Smyrnastraat leerde hij de schoolkinderen van toen zwemmen. Ruim tien jaar later werd hij hoofd Zwemzaken. Eerst nog aan de Smyrnastraat en vervolgens bij De Scheg. “We kregen opeens een multifunctioneel recreatiecentrum met allerlei soorten activiteiten. Zoals aquasporten, overgewaaid uit Amerika.”

Een doorslaand succes

Het was een tijd van vooruitstrevendheid, waarin Kees een sleutelrol vervulde. Collega’s vlogen naar Amerika en Australië en brachten de ontwikkelingen mee terug naar Deventer. Kees was de aanjager en verbinder in het geheel en implementeerde Pinara-Eiland, nu beter bekend als Pingo’s Island, waar de allerkleinsten t/m 5 jaar kunnen spelen met water en zand. “Dit was echt iets dat andere zwembaden nog niet hadden. Het werd officieel geopend door onze toenmalige directeur Bernard Assink, samen met actrice Gerda Havertong en toenmalig wethouder sport Margriet de Jager. Het was echt een doorslaand succes! Het is en blijft een goed bezocht onderdeel van het Zwemparadijs.”

Try-out met ambtenaren

Ook de komst van de wildwaterbaan in De Scheg is hem bijgebleven. “Deze werd uiteraard uitvoerig getest. De eerste try-out was met ambtenaren van de gemeente. Op een avond mochten zij deze uitproberen. We kwamen er toen achter dat de maximale snelheid te snel was en kon leiden tot blauwe plekken. Sindsdien is die stand uitgeschakeld. Ik hield mij in mijn functie met van alles bezig: van huisregels tot communicatie en de operationele systemen.”

Sportpark van de toekomst

Een kleine tien jaar geleden raakte hij meer en meer geïnteresseerd in de maatschappelijke kant van sport. Hij ging werken voor Sportief Deventer, een afdeling van Sportbedrijf Deventer. Hij zette lijnen uit met de lokale scholen en verenigingen en genoot daar enorm van. “Met veertig studenten van hogeschool Saxion dachten wij na over het ‘Sportpark van de toekomst’. Hoe kon Sportpark Keizerslanden nog meer geïnnoveerd worden? Ik vind het een prachtige omgeving met veel mogelijkheden. Een zwembad, atletiekbaan en park: daar kunnen we wat mee, dacht ik toen.”

Klein Papendal

Het leverde het sportpark een skeeler- en wielerbaan op, die vandaag de dag nog volop worden gebruikt. Kees’ ogen glimmen als hij er over vertelt. “Ik droom al heel lang van een ‘klein Papendal’ op die plek, waar sport en allerlei groepen mensen samenkomen.” Dat dromen kan hij voor zijn gevoel ook volop doen. “Het leuke aan Sportbedrijf Deventer is dat het werk nooit stil staat, we zijn altijd in ontwikkeling. Je kunt veel bedenken en krijgen, als je maar mee blijft denken en er hard voor werkt. Zelf geloof ik in een samenleving waarin iedereen met respect en waardering naast elkaar kan leven. Succes betekent voor mij als je in staat bent om dingen met elkaar te delen en iedereen het gevoel te geven erbij te horen.”

jan pijffers 25 jaar jubileum interview

Interview met

Jan Pijffers

'Mister Bogelerbad' Jan Pijffers zwaaide dit jaar na 44 dienst af bij Sportbedrijf Deventer. De gediplomeerd zwemonderwijzer is bij vaste gasten vooral bekend en geliefd als beheerder van het Borgelerbad.

Bekijk video

“Ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt”

‘Mister Borgelerbad’ Jan Pijffers (65) zwaait na 44 jaar dienst af bij Sportbedrijf Deventer. De gediplomeerd zwemonderwijzer is bij vaste gasten vooral bekend en geliefd als beheerder van het Borgelerbad. Altijd in voor een praatje, op de hoogte van het reilen en zeilen in het bad en met een passie voor water: een unieke collega over zijn tijd bij het Borgelerbad.

In de week van zijn vertrek lopen bezoekers –veelal vaste en oudere badgasten- langs om hem een goed pensioen te wensen. “Het ga je goed Jan.” “Ga genieten!” en “Bedankt voor al die jaren.” Zelf is Jan er rustig onder. Hij bedankt en vertelt dan: “Het sociale in dit werk heeft mij altijd aangetrokken. Hebben de gasten je drie dagen niet gezien? Dan vragen ze zich af waar je blijft. Er is overal meteen contact hier. Alle verenigingen die gebruik maken van het Borgelerbad hebben binding met het bad.”

Ouders lesgegeven

Van oorsprong is Jan machinebankwerker. Hij ging in 1973 in militaire dienst, maar halverwege de diensttijd begon het te knagen. “Ik dacht: ik wil dit niet meer. Een jaar later rolde ik de zwembadwereld in.” Officieel is Jan gediplomeerd zwemonderwijzer. “Het is heel leuk om iemand het zwemmen te leren, jong of oud. Ik zie nu wel eens ouders die met hun kinderen naar zwemles komen; vaak heb ik die ouders zelf ook les gegeven.” Beheerder van het Borgelerbad werd hij in 2000 en sindsdien geeft hij geen zwemlessen meer.

Tegel kapot

Van facilitaire zaken tot aan het onderhoud van het gebouw: bij zwembadbeheer komt veel kijken. Jan legt uit: “Als er een tegel kapot is, dan ben ik degene die contact opneemt met een tegelzetter om het te fixen. Vaak probeer ik het eerst zelf op te lossen, als dat niet lukt schakel ik een externe partij in.
’s Zomers start ik het bad op en ik maak het tevens winterklaar.” Wie denkt dat het zwembadwater vanzelf zo schoon en helder blijft, die heeft het mis. De beheerder checkt regelmatig de standen van de watermeters, de hoeveelheid chloor en zwavelzuur, de druk in de cv, de drukfilters en verder alles wat nodig is.

Contact met gasten

“Ik heb dit werk met hart en ziel gedaan, mij is vroeg met de paplepel ingegoten dat je het samen moet doen. Ik zit er als een pitbull bovenop om alles goed te laten draaien.” Dat doet hij met verve. Voor de IJsberen –een vaste groep zwemmers- is het Borgelerbad hun thuishonk. “Het sociale contact met die groep zal ik straks missen,” aldus Jan.

Dat contact leverde af en toe bijzondere situaties op. “Er was jaren geleden een oude boerin, mevrouw Miene van de Peerdestal noemden we haar, uit Diepenveen. Zij kwam op een keer naar me toe en vroeg in onvervalst dialect: “Heb je een veiligheidsspeld voor mij?” Ik gaf haar de speld en zij maakte haar badpak vast. Deze was namelijk losgeraakt. Dit is alweer dertig jaar geleden. Inmiddels is Miene overleden, maar haar laatste wens hebben we nog kunnen inwilligen. Ze belde me op, herkende mijn stem en zei: “Als er verder niemand in het bad is, zou ik graag nog eens met mijn dochter willen zwemmen.”

Mooie traditie

Dit soort momenten blijven hem bij. Ook het traditionele kerstontbijt bij het Borgelerbad, waar ieder jaar een vaste schare badgasten op afkomt. “Het is een mooie traditie die we doen met de oudere doelgroep, de groep die ook komt aquajoggen. In het recreatiebad van De Scheg begonnen we hier al kleinschalig mee. Dan doven we de lichten, zetten we een plankje met waxinelichtjes op de rand van het bad en doen we de oefeningen.”

Welverdiende pensioen

De ex-beheerder heeft genoeg andere hobby’s om zich aan te laven tijdens zijn welverdiende pensioen. “Wandelen, fietsen, tuinieren. Maar eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn werk gemaakt,” zegt hij glimlachend. “Na mijn vakantie wil ik graag weer een aantal keren per week het bad in duiken. Het is gezond en zo behoud ik het contact toch nog. Ik heb mijn best gedaan en draag het netjes over. Nu is de beurt aan mijn opvolger Roy. Maar ik blijf hier zwemmen, ook al ben ik er niet meer werkzaam.”

jubileum interview gea neuteboom spijker 25 jaar

Interview met

Gea Neuteboom Spijker

Administratief medewerker Gea Neuteboom Spijker maakte vele sportieve hoogtepunten meer van diverse projecten. Hierbij klopt de administratie altijd als een bus. Laat dat maar aan Gea over.

Bekijk video

“Het Alfred Vogeltoernooi was altijd prachtig om te zien”

Als er iemand voor zorgt dat de administratie voor projecten goed verloopt, de betalingen klaarstaan en de roosters voor alle sporthallen netjes zijn ingevuld, is het Gea Neuteboom Spijker (61) wel. Met haar veertig jaar in dienst is zij een vaste factor binnen Sportbedrijf Deventer en dat zal ze zijn totdat ze met pensioen gaat. “Ik houd niet van thuiszitten.”

Ze werken ergens anders, zijn met pensioen of overleden: de groep van tien mensen die bij de gemeentelijke sportdienst werkten en eind jaren negentig allemaal de volgende vraag voorgeschoteld kregen: blijven we voor de gemeente werken of gaan we over naar Sport- en Belevingscentrum De Scheg? Gea is de enige die sinds dat besluit nog bij Sportbedrijf Deventer werkt. En met plezier. “Ik vind het hier prettig werken op kantoor. Ik zit vlakbij de combinatiefunctionarissen van de afdeling Sportief en dat contact vind ik heel gezellig.”

 

Wensen van clubs

Als directiesecretaresse heeft ze vele directeuren meegemaakt bij NV Dos en het latere Sportbedrijf Deventer. Toen had ze ook de ingebruikneming van hallen en zalen in haar portefeuille. Gea heeft vroegtijdig contact met verenigingen en clubs over het huren van ruimtes in De Scheg, sporthal Keizerslanden, de Kroon en de Uutvlog. Allen worden geëxploiteerd door Sportbedrijf Deventer. “Ik stel de roosters op en dat begint op tijd. In april benader ik de verenigingen om hun wensen kenbaar te maken.”

 

Precies in haar werk

Voor de financiële afdeling is ze een aanwinst, want Gea is heel precies in haar werk. Ze haalt voldoening uit haar werk met het zorgvuldig inboeken van facturen, afhandelen van aanmaningen, projectadministratie, het beantwoorden van telefoontjes en het klaarzetten van de betaaltape. Dit doet ze de afgelopen twee jaar fulltime, daarvoor was het een combinatie van secretariaats-werkzaamheden en ondersteuning van de financiële administratie. Een werkperiode waarin veel gebeurde, van de helikoptervlucht met collega’s tot aan de officiële opening van De Scheg met toenmalig prins Willem-Alexander.

 

Live op Studio Sport

Waar ze altijd van genoot, was het Alfred Vogeltoernooi in De Scheg. Lange tijd een begrip in Deventer. Het toernooi is een Grand Prix-evenement voor ritmische sportgymnastes. “Zo mooi om te zien! Die Russinnen die op hoog niveau de meest halsbrekende toeren uithaalden.” Het was altijd een hele happening en vooral die organisatie eromheen vond Gea prachtig. “Studio Sport zond het live uit en de gymnasten sliepen in die tijd bij gastgezinnen.” Het toernooi beleefde in 2003 zijn laatste editie.

 

Busongeluk in Winterberg

De heftigste herinnering van de afgelopen 25 jaar blijft het busongeluk bij wintersportplaats Winterberg, waarbij zeven collega’s van De Scheg omkwamen. Het was een bedrijfsuitje, en Gea zou meegaan, maar bleef thuis vanwege haar jonge kind. Die bewuste maandagavond werd ze gebeld door haar schoonzus met het nieuws. “Daarna ben ik meteen naar De Scheg gegaan en ben ik bij de telefoon gaan zitten. Die bleef maar overgaan, het nieuws had zich toen al verspreid. Tot een uur of vier ’s nachts ben ik er gebleven.”

 

Herdenkingsbrieven

Gea zat naast de fax, waar de namen van de overledenen langzaam binnenkwamen. Op dat moment was in De Scheg de politie al aanwezig en een agent schermde de namen voor haar af. “De volgende ochtend werd ik gebeld door mijn tante en toen ik opnam, was het eerste wat ze zei: ‘Je bent er nog.’ Ondertussen werden we gebeld door de Duitse pers, familieleden, collega’s…” Het leidde tot het afgaan van zeven condoleances in een korte tijd. “Een enorm heftige periode,” aldus Gea. Ieder jaar nog stuurt ze herdenkingsbrieven naar de nabestaanden en denkt dan terug aan die ene dag.

jubileum interview aschwin lankwarden 25 jaar

Interview met

Aschwin Lankwarden

Aschwin Lankwarden is de langstzittende directeur van Sportbedrijf Deventer. Hij ziet het als een mooie uitdaging om de commerciële, maatschappelijke en politieke wereld met elkaar te verbinden.

Bekijk video

“Als wij ons werk goed doen, zijn onze gasten de ultieme winnaars”

Hij is de langstzittende directeur van Sportbedrijf Deventer en staat voor Beleving in Beweging. Aschwin Lankwarden (48) maakte elf jaar geleden de stap van regiodirecteur van Sportfondsen Nederland naar zijn huidige functie. De affiniteit met sport en exploitatie had hij al. “Het is geweldig om in de sport en leisure werkzaam te zijn. Ik vind het een mooie uitdaging om de commerciële, maatschappelijke en politieke wereld met elkaar te verbinden.”

We blikken tien jaar terug…

“Mijn eerste opdracht als directeur van Sportbedrijf Deventer was het gezond maken van het bedrijf. Verschillende veranderingen waren daarvoor nodig. De accommodaties, waaronder De Scheg, moesten worden gemoderniseerd en de programmering vernieuwd en nadrukkelijker worden afgestemd op de wensen van onze gasten. De cultuur van het bedrijf is daarbij van groot belang. Er is veel aandacht gegeven aan gastvrijheid en gastgericht werken”. Het is een vraag die Aschwin nog steeds dagelijks bezighoudt. “Wat willen onze gasten? En hoe ziet een klantreis eruit? Het is belangrijk dat onze gasten zich bij ons thuis voelen. Of dat nu gaat om recreatieve bezoekers, verenigingen, scholen of deelnemers aan beweegprogramma’s in de wijken. Als wij ons werk goed doen, zijn zij de ultieme winnaars.”

 

Happy Life

Aschwin is een visionair, iemand die duidelijk zicht heeft op de ontwikkelingen in zijn branche en bovenal wat hij wil voor het bedrijf. “Meer innovativiteit stimuleren, maar ook voorop lopen in de markt en het zelf ontwikkelen van nieuwe producten en diensten.” Een goed voorbeeld hiervan is Happy Life, een platform dat draait om gamification (gebruik van spelelementen om gebruikers te motiveren en hun ervaring te verrijken, red.) en waarbij kinderen worden gestimuleerd om te bewegen zodat ze het spel Minecraft kunnen spelen. Het spel is deze zomer officieel gelanceerd met ambassadeur Pieter van den Hoogenband en is volledig ontwikkeld door Sportbedrijf Deventer.

Kwetsbaar opstellen

Woonachtig in Neede, maar met een diepe liefde voor Deventer: één van de redenen dat Aschwin iedere dag vol plezier vanuit de Achterhoek naar de Koekstad rijdt. “Ik heb ook een team dat mij scherp houdt. Als directeur moet je je kwetsbaar opstellen, dan kun je meer bereiken en stappen zetten. Je moet er zijn, ondanks dat velen je misschien niet zien. Ik vind het belangrijk betrokken te zijn bij het wel en wee in de stad.”

 

Duizenden mensen

Die betrokkenheid ziet hij ook in zijn medewerkers. “We staan dicht bij de gast en leren iedere dag van elkaar. Ik ben er trots op dat wij in staat zijn om duizenden mensen te vermaken en onderhouden. In de kerstvakantie hebben we 4.000 tot 5.000 bezoekers per dag over de vloer. Over de jaren heen merk je dat de verwachtingen van onze bezoekers zijn veranderd. Ze zijn meer gericht op eigen regie en keuzevrijheid, laten zich meer beïnvloeden door media en daardoor moeten wij bijvoorbeeld ook meer online actief zijn.”

 

Belangrijkste kapitaal

De visie is alsmaar aanwezig wanneer Aschwin vertelt. De afgelopen tien jaar heeft hij gewerkt aan een nieuwe positionering en een succesvol imago. Wat is er volgens hem over vijf jaar veranderd voor Sportbedrijf Deventer? “Over vijf jaar is Sportbedrijf Deventer meer ondernemend en zijn wij meer in de regio genesteld. We hebben dan onze strategische doelen gehaald die bij onze ambitie ‘Iedereen kan in Deventer het plezier van sport en bewegen ervaren’ passen. Daarnaast is De Scheg verbouwd, waarmee het een toekomstbestending recreatiecentrum is geworden. Daarnaast zijn onze medewerkers het belangrijkste kapitaal van onze organisatie.”

jubileum ap bessels interview 25 jaar

Interview met

Ap Bessels

Beheerder Ap Bessels kent ieder hoekje en gaatje in De Scheg. Iedere dag begint hij om 5.45 uur. Lees hier het interview over zijn enorme betrokkenheid bij Sportbedrijf Deventer.

Bekijk video

“Ik wens De Scheg nog 25 jaar toe”

Van schilder naar saunabeheerder/badmeester naar baanmedewerker en beheerder: je kunt van Ap Bessels (56) zeggen dat hij ieder hoekje en gaatje van De Scheg kent. Van binnen én van buiten. Zijn betrokkenheid is groot en zijn glimlach breed. “Al het werk dat ik heb gedaan, heb ik oprecht met plezier gedaan.”

Het was begin 2005 en toenmalig hoofd Technische Dienst bij De Scheg, Marcus Schuddebeurs, zei tegen Ap: “Dit zou een leuke baan voor jou zijn.” Ap wisselde van functie en werd (sporthal)beheerder. En dat is hij nog steeds. Wat hij doet? Vrijwel alle reparaties komen voor rekening van zijn collega’s en hemzelf. Maar ook in noodgevallen heeft hij een belangrijke rol. “Wij zijn als eerste ter plaatse bij storingen. We bekijken de situatie, beoordelen deze en ontruimen de ruimtes. Ook verricht ik EHBO en vang ik de hulpdiensten op. En ik ben hoofd BHV (Bedrijfshulpverlening) op deze locatie.”

 

Betrokkenheid

Iedere dag start hij om 05.45 uur. Gemiddeld 36 uur per week is hij op het werk te vinden en om de vier weken start een nieuwe cyclus waarin hij ook weekend- en avonddiensten draait. “Ik loop wel zo’n 8 tot 10 km per dag. Ik ben vrij dienstbaar ingesteld. Mijn leidinggevende vraagt en ik draai.” Dat zijn betrokkenheid groot is, blijkt ook wel uit alle afdelingen die hij ondersteunt. “Receptie, badpersoneel, horeca… ik heb met iedereen te maken en ben er voor alles wat ze nodig hebben. Als ik een deur vast moet houden, doe ik dat.”

 

Helikoptervlucht

Dit jaar bestaat De Scheg 25 jaar, maar het 12,5-jarig jubileum kan Ap zich nog goed herinneren. “Voor het personeelsfeest was er een helikopter gehuurd waarmee we over Deventer vlogen. Er waren die dag rondleidingen voor het geïnteresseerde publiek en ik ben heel blij dit 25-jarig jubileum ook mee te mogen maken. Trots dat ik hier mocht werken. Ik had destijds de keuze om bij De Scheg of zwembad De Beemd te werken.” Laatstgenoemde bood hem een contract aan voor 36 uur, maar hij bleef in Deventer.

 

Upgrade

Hij vindt niet dat hij vreemd is van veranderingen in het bedrijf. Stellig: “Ik ervaar elke verandering als een verbetering. Aschwin (huidige directeur, red.) is een gedreven man die gedurfde plannen voor elkaar heeft gekregen.” Wat vindt hij de grootste verandering in 25 jaar tijd? “Dat is de tentoverkapping over de ijsbaan, het is echt een upgrade die van buitenaf te zien is.”

 

Engeltje

De herinnering aan het busongeluk in 1996 komt ter sprake. “Ik heb destijds mijn plek in de bus afgestaan aan collega Ron Dekker (voormalig Nederlands topzwemmer en destijds parttime-zweminstructeur bij De Scheg, red.). Hij overleefde het ongeluk, maar veel directe collega’s overleefden het niet. Het was het moeilijkste moment in mijn werk, ik heb echt een engeltje op mijn schouder gehad.” De Scheg sloot de deuren voor twee weken en werd een crisiscentrum. “Ik ben zoveel begrafenissen afgegaan… Het duurde even voordat iedereen besefte dat we weer konden en mochten leven.”

 

Toekomst

Met de mooie én moeilijke momenten kan Ap leven, hij kijkt uit naar de toekomst. “Ik wens De Scheg nóg 25 jaar toe. We moeten meegaan met de tijd, het dak wordt slecht en is op een gegeven moment aan vervanging toe. Ik gok dat ze over zoveel jaar gaan slopen en ergens opnieuw gaan bouwen. Of misschien wordt er hier nog wel voor een nieuw zwembad of nieuwe ijsbaan gekozen. Ik hoop dat ik dan mag blijven om er deel van uit te maken.”

  • 25 jaar De Scheg

    8 oktober, 2018

  • Opening zonnepark De Scheg

    24 april, 2014

    Aftrap duurzaamheidsplan ‘Samen op weg naar energieneutraal Deventer in 2030’ met feestelijke opening zonnepark De Scheg.

  • Zwemparadijs De Scheg winters gethematiseerd

    17 november, 2012

    Het zwemparadijs ondergaat een metamorfose en is het eerste winters gethematiseerde zwemparadijs van Nederland. Met een winterse uitstraling, nieuwe glijbaan, IJslands Badhuis en trendy horecavoorziening is het zwembad nog aantrekkelijker.

     

  • 50 jaar kunstijs in Deventer (1962-2012)

    13 oktober, 2012

    In oktober 2012 vierden we samen met oud IJsselcup winnaars en Nederlandse EK en WK deelenemers het feit dat er een halve eeuw kunstijs in Deventer ligt. Een reünie op kunstijsbaan De Scheg met veel schaatsnostalgie (video: NOS Sport).

  • Overkapping kunstijsbaan

    7 oktober, 2011

  • Wijziging naam in Sportbedrijf Deventer

    4 september, 2009

    De Deventer Sportcentra zetten koers onder de nieuwe naam Sportbedrijf Deventer. De nieuwe naam maakt in één oogopslag de rol en positie duidelijk; het Sportbedrijf zijn voor Deventer en omgeving.

  • Aschwin Lankwarden treedt aan als directeur

    1 april, 2007

    Aschwin Lankwarden volgt Jeroen Kroese op als directeur van Sportbedrijf Deventer.

  • 10 jaar De Scheg

    8 oktober, 2003

  • Opening Pinara-Eiland

    26 januari, 2001

    Feestelijke opening van het peuterspetterparadijs door Gerda Havertong. Kinderen t/m 5 jaar kunnen op Pinara-Eiland veilig spelen met zand en water.

  • Busongeluk Winterberg

    12 februari, 1996

    Ieder jaar wordt er op maandag 12 februari aandacht geschonken aan het busongeluk dat op die datum in 1996 heeft plaatsgevonden.

  • Officiële opening De Scheg

    8 oktober, 1993

    De officiële opening van sportcentrum De Scheg werd verricht door toenmalig kroonprins Willem-Alexander. Willem-Alexander kwam aan in een helikopter en veel Deventenaren waren hier getuigen van.

  • Opening zwembad De Scheg

    31 juli, 1993

    Op zaterdag 31 juli 1993 openden de deuren van zwembad De Scheg in Deventer. Voor het eerst konden bezoekers terecht in het nieuwe subtropische zwemparadijs (video: Deventer Toen).

  • Opening kunstijsbaan De Scheg

    23 oktober, 1992